Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
langer hoe meer tot de loodlijn doen naderen. Men noemt
dat de astronomische refractie. Deze refractie is ook
de oorzaak van de schemering, daar zij de zon reeds
zichtbaar maakt, als zij nog onder den horizon zich bevindt.
De lichtstraal SB zal dus in den dampkring de kromme lijn
BA (fig. 21) doorloopen en in A waargenomen worden vol-
gens de raaklijn S' A van die kromme.
Men meet dus do hoogte li! = S'AH', terwijl men moest
meten de hoogte SCH'. Het verschil, nl. de hoek SES', is
nu het bedrag der refractie, dat afgetrokken moet worden
van de waargenomen hoogte om de werkelijke te vinden.
h. Ten tweede zal het bij hemellichamen wier afstand niet
zoo ontzaglijk groot is, b. v. bij de zon en bij de maan,
verschil maken, of men de hoogte meet van uit hetopper-
vlak der aarde dan wel uit het middelpunt daarvan. Daar
nu het middelpunt der aarde als dat van den hemelbol is
aangenomen, moet men ook alle hoogte-metingen, op de
hemellichamen verricht, tot het middelpunt der aarde terug
brengen. Dat het verschil maakt, ziet men uit fig. 22,
p- 22 waar' de hoek
ZAH' de schijn-
bare en / ZMH
de middelpunts-
hoogte betee-
kent. Het ver-
schil tusschen
beiden is_/AZM,
zooals men
licht zal vindei:.
Deze hoek is die
waaronder men
uit het middel-
punt der zon die
straal der aarde
ziet, waarop do
plaats der waar-
neming is gele-
gen, en noemt
men de paral-
laxis. Hij moet altijd opgeteld worden bij de hoogte,
die men meet.
A /V' /
/ r I OT

K