Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
53
derzoek der sterrekuiidigen zoo nauwkeurig bekend, dat
men daarvan ter bepaling der breedte ook geschikt gebruik
kan maken. En dan levert zij natuurlijk groote voordeden
op. De zeelieden bedienen zich dus alleen van den stand
der zon, tenzij deze voor vele dagen achter wolken zich
verschuilt en daarentegen de nachten helder zijn.
Met een sextant meten zij dan de zonsmeridiaans hoogte
en berekenen daaruit op een eenvoudige wijze de poolshoogte,
volgens fig. 18, waar S evon goed de zon als een ster kan
voorstellen. Men heeft dan voor de breedte, (v)
PN = Pli — NR = 90 — EZ
PN = 90 — (ZS — ES)
<f = compl. hoogte qp de-
clinatie, al naarmate de decli-
natie Noordelijk of Zuidelijk is.
Op Zuider-breedte ziet men de
zon 's middags in 't Noorden,
zooals fig. 20 het aangeeft. Ook
alsdan is:
ZQ zn V = NP = EP — EN
^ = 90 - (NS' — ES')
= compl. hoogtezt
declinatie al naarmate de declinatie Zuidelijk of Noor-
delijk is.
y. Wanneer men fig. 10, pag. 29, nagaat, on de be-
schouwing die daaraan verbonden is, dan zal men licht
inzien, dat daaruit ook een methode ter bepaling der pools-
hoogte gevonden kan worden.
Het was aldaar de vraag om uit de kennis van declinatie
en rechte-klimming, uurhoek en poolshoogte, do hoogte en
het azimuth van een hemellicht te vinden. Even goed nu
kan men in den driehoek PTS andere gegevens aannemen
en zoo de poolshoogte berekenen.
Is b. V. van een ster de declinatie en rechte-klimming be-
kend , en heeft men op een zeker oogenblik, naar sterre-
tijd , de hoogte DS er van gemeten, dan heeft men in dien
driehoek gegeven:
PS, TS en / P en kan daaruit dan PT = 90 — ^
berekenen.
Eveneens kan men met de zon te werk gaan, indien men
slechts het oogenblik der waarneming in ware zonnetijd kont.