Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
48
ZS=:ES-|-ZE, maar
ZS= meridiaans hoogte,
ES = declinatie en
ZE = NE = 90 — P]sr = compl. geogr. breedte.
Derhalve de declinatie van een ster is gelijk
hare meridiaans hoogte, verminderd met het
complement der geografische breedte van de
plaats van waarneming. Dit is het geval zoo de ster,
voor een plaats op N. Br. gelegen, in 't zuiden culmineert,
doet zij dat in 't Noorden, zooals S' dan moet de hoogte,
volgens het figuur , vermeerderd wordt met het compl.
der geogr. breedte.
Aldus wordt met den meridiaan cirkel op een een-
voudige wgze rechte-klimming en declinatie gevonden.
Maar, zal men al licht opmerken, hoe stelt men den kijker
zoodanig dat zijn middeldraad zich juist in den astronomi-
sche meridiaan beweegt, en hoe zal men het uurwerk juist
den sterre tijd doen aanwijzen?
Weet men de rechte-klimming van één ster en den sten-e-
tijd, dan kan men den kijker zoodanig stellen dat die ster
juist op den middeldraad is, als het zooveel sterretijd is , als
door de rechte-klimming wordt aangewezen, maar weet men
niets daaromtrent, dan wordt het moeielijker. Men stelt dan
eerst de kijker nagenoeg in den meridiaan b.v. met magneten,
en neemt dan de passages waar van een circumpolair ster,
die zoowel onder als boven de pool culmineert. Was de
draad juist in den meridiaan, dan zou er, naar elk goed
geregeld uurwerk, evenveel tijd moeten verloopen tusschen
de onderste en bovenste culminatie aan de eene kant, als
aan de andere kant van 't instrument. De meridiaan toch'
deelt iederen parallelcirkel in twee gelijke deelen. Neemt
men nu waar dat die tijden verschillen, dan moet men den
kijker zoolang verzetten tot zij gelijk zijn; alsdan is de
draad juist in den goeden stand.
Verder moeten er, wil het uurwerk sterre-uren aanwijzen,
tusschen beide culminatien juist 12 uur verloopen. Aldus
kan men tegelijk het uurwerk zoodanig regelen dat de
wijzers in één sterredag eens rondgaan Om nu verder het
zoodanig te stellen dat het ook het juiste sterre-uur van
het oogenblik aanwijst, dat men het dus gebruiken kan om de
rechte-klimming te bepalen,neemt men zijn toevlucht tot de z o n.