Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
43
van een plaats die,'volgens § 3 , met de eerste 15° in geogra-
fische lengte verschilt.
Twee plaatsen op aarde hebben dus alt ij d
een verschil in tijd gelijk aan ^'-j deel van het
verschil in geografische lengte, en wel is het op
die plaats der aarde later, waar 't punt Aries 'teerst
culmineerde, nl. voor een meer oostelijk gelegen plaats.
De dagen aan 't einde van Hoofdstuk I genoemd waren
ook ster re-dag en.
De werkzaamheden der menschen worden vooral door de
afwisseling van dag en nacht geregeld en deze vallen op
telkens anderen s t e r r e t ij d in, wegens het draaien van do
aarde om de zon. De sterretijd is daarom minder geschikt
voor eene burgerlijke tijdrekening. Deze moet door de
zon worden aangewezen. Maar nu beweegt de zon zich
langs de ecliptica in eene richting van 't westen naar 't
oosten; zij zal dus telkens later den meridiaan bereiken en
de zonnedagen zullen langer zijn dan de sterredagen.
Dit zou op zichzelven geen bezwaar zijn, indien zij allen
even lang waren; maar daar de zon zich langs de ecliptica
voortbeweegt, terwijl hare dagelijksche beweging evenwijdig
aan den equator plaatsgrijpt, welke de eerste lijn onder
een hoek van 23^° snijdt, zullen de boogjes, dien de zon
dagelijks meer moet afleggen dan de sterren, om in den
meridiaan te komen, niet allen even groot zijn, en dus do
zonnedagen ongelijk van lengte zijn.
Gemakkelijk ziet men dit in, als men op een hemelglobe
de ecliptica in eenige gelijke doelen verdeelt, en deze op
den equator projecteert; het blijkt dat die projectien dan
niet meer gelijk zijn en wel eenvoudig daarom, dat de raak-
lijnen in verschillende punten aan de ecliptica getrokken, niet
allen even groote hoeken met den equator maken. Daaren-
boven zijn die boogjes ook daarom ongelijk, omdat de zon
zich in de ecliptica zelve niet eens met gelijkmatige snel-
heid voortbeweegt. De ware zonnedagen, de tijd nl. die
voor de zon tusschen twee opvolgende culminaties ver-
loopt , zijn dus zeer ongelijk van duur en eveneens de
zonneuron, minuten en secunden. Voor oen gemakkelijke
tijdrekening zijn zij dus niet aantebevelen. Daartoe
zouden allen oven lang moeten zijn. Dit heeft men
bereikt door zich vooreerst een denkbeeldige zon voorte-