Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
hoog boven den horizon als de boog EZ 38° aanwijst. De
ecliptica kan dan den stand CE" hebben of wel den stand E'C';
in 't eene geval is haar hoogste punt 38 23J = 61 en in
't andere geval 38 — 23 J = 14^° boven den horizon. Daar
verder de groote cirkel van de maan een hoek van 5° met
de ecliptica maakt, kan de maan bij gelegenheid den paral-
lelcirkel MM' of op een anderen dag den cirkel M,M'j door-
loopen. In 't eerste geval heeft zij des middags een hoogte
van 61J -|-5 = 66^°; in 't andere geval eene hoogte van
9^°. Voor andere plaatsen der aarde kan men den loop
der maan langs den hemel op dezelfde wijze nagaan, als
dit in fig. 13, 14 en 15 met de zon is geschied. Voor den
leerling is het zeer geschikt, wanneer hij zich, door figuren
te teekenen, hieromtrent inlicht,
§ 14. Schijnbare beweging der planeten en kometen, On-
der de sterren, die dagelijks op en ondergaan zijn er sommi-
gen die zich onderscheiden door een meer zachten glans. Ter-
wijl namelijk de moeste sterren een eigenaardige flikkering
in 't licht vertoonen blijft haar licht altijd gelijkmatig, zon-
der snelle afwisseling van helderheid. Gaat men deze ster-
ren eenigen tijd na, dan bemerkt men dat zij, evenmin als
de zon en de maan, eiken dag denzelfden parallelcirkel door-
loopen. Het zijn dus geen vaste sterren zooals de an-
deren, maar dwaalsterren, planeten. Welverdienen
zij de naam van dwaalsterren, want teekent men uit haar
stand bij het culmineeren, telkeus haar plaats op den hemel-
bol aan, dan bemerkt men dat zij een zeer onregelmatigen
kromme lijn beschrijven, met verschillende knoopen b. v. van
Mg. 17.
de gedaante van fig. 17, zich slingerende om de ecliptica.