Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
39
hemels inneemt. Integendeel hare schijnbare beweging is nog
veel meer samengesteld. Brengt men nl. de aldus gevonden
culminatiepunten op een hemelglobe over, dan blijkt het dat
de maan een schijnbare beweging heeft langs een grooten
cirkel, die zij in een tijdvak van ongeveer 27 dagen door-
loopt en wel in een richting tegenovergesteld aan de dage-
lijksche beweging. Deze groote cirkel snijdt de ecliptica
onder een hoek van ongeveer 5°. Wat de zaak nog meer
samengesteld maakt, is dat ieder volgende 27 dagen niet
precies denzelfden grooten cirkel wordt doorloopen. Deze snijdt
de ecliptica wel altijd onder een hoek van 5° maar telkens in
andere punten. Eerst na ongeveer 18 jaar keert hij tot den-
zelfden stand terug. Om die reden kan de schijnbare loop der
maan aan den hemel op verschillende dagen des jaars zeer
verschillend zijn. Nu eens ziet men haar ook hoog aan den
hemel in vollen glans prijken, dan weder verbergt zij zich
achter de donkere wolken, die bijna altijd den horizon bedekken.
Voegt men daar nog bij den invloed van de schijnbare
beweging der zon in de ecliptica, waardoor dag en nacht
telkens op andere tijdstippen invallen, dan is het te begrij-
pen , waarom de maan nu eens zich als een bleeke schijf
gelijktijdig met de zon vertoont, en dan weder eerst opkomt
lang nadat de
zon onder is.
In onze stre-
ken , op een
geografische
breedte van on-
geveer 52° N.
kan de maan
een grootste
hoogte van 38
+ 23j + 5 =
66^° en een
kleinste van
38 - 23; —
5 = 9i°berei-
ken zooals uit
fig. 16 blijkt.
Aldaar is nl.
de equator zoo