Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
hetzelfde verschijnsel, wat onder de linie 2 malen per jaar
voorkomt, nl.
in de lente en in
den herfst. In
fig. \hb raken
de beide grens-
cirkels CC' en
E'E" den hori-
zon , de eerste
in 't Noorden,
de andere in 't
Zuiden. Der-
halve zal al-
daar den 21 De-
cember de zon
niet ondergaan,
maar slechts
even in 't Zui-
den ;den hori-
zon raken; den
21 Juni daar-
entegen als de
zon den cirkel
CC' doorloopt zal zij niet op komen, maar slechts even in
't Noorden aan den horizon verschijnen.
Voor den Steenbokskeerkring en den Noordpoolcirkel kan
men even goed den loop der zon aanwijzen. De teekening
daarvan zij aan den leerling overgelaten. Daarbij heeft men
er op te letten dat in 't eene geval de zuidpool Q boven den
horizon moet komen en in 't tweede geval de noordpool N.
§ 13. Schijnbare beweging der maan. Voor een bepaalde
plaats van de aarde zou men de schijnbare beweging van
de zon ook hebben kunnen bepalen, door dagelijks de rechte
klimming en declinatie er van te bepalen op het oogenblik
dat zij do meridiaan passeert, culmineert, zooals men
dat noemt. Het punt des hemels dat zij dan inneemt wordt
daardoor gevonden. Het zou dan blijken dat al die punten
op de ecliptica zijn gelegen en dat de zon in een jaar tot
hetzelfde punt terugkeert.
Past men deze methode van waarneming op de maan
toe, dan bemerkt men dat zij evenmin een vast punt des