Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
Alzoo doorloopt de zon jaarlijks de ecliptica of z o n n e-
Fiff. 13.
■weg in de richting VC =0= E'V nl. op 21 Maart in V, 21
Juni in C, 21 September in =a= en 21 December in E'. Is
zij in V dan doorloopt zij dien dag, door de wenteling der aarde
den evenaar, in C daarentegen den parallelcirkel CC', in
weder den evenaar, in E den parallelcirkel E E" en op een wil-
lekeurigen dag den parallelcirkel LL'.
Deze schijnbare beweging der zon was reeds aan do ouden
bekend, die opmerkten dat de zon telkens met andere ster-
renbeelden overeenkwam. De kring van sterrenbeelden, die
zij aldus per jaar doorliep, noemden zij den zodiakaalriem,
en werd in 12 deelen verdeeld naar de sterrenbeelden die
er in voorkwamen. Deze sterrenbeelden zjjn Ram, Stier,
Tweelingen, Kreeft, Leeuw, Maagd. Weegschaal,
Schorpioen, Schutter, Steenbok, Waterman, Vis-
schen. Ieder deel van den zodiakaalcirkel, bevat het 12e deel
van 360°, nl. 30°; iedere graad komt dus ongeveer met één
dag overeen. Aldus zal begrepen worden wat do uitdrukking
beteekent: de zon is 20° in den Stier of 15° in den Schut-
ter. Het eerst zal nl. ongeveer met 11 Mei, het tweede
met 6 December overeenkomen, daar op 21 April en op 2L
3*