Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
poolshoogte = geograf. breedte,
de positie van horizon, equator en parallelcirkels geteekend
is. Waar dubbele letters bij één punt staan, vallen de
daarmede bedoelde punten des hemels in elkander. In/^.
12 a ziet men dat de equator verticaal staat en de as der
aarde in den horizon valt. In fig. 12 h is de equator samen-
gevallen met den horizon en eveneens de pool met het toppunt.
Men noemt nu de positie des hemels voor de bewoners
des evenaars de loodrechte spheer, die voor de pool-
bewoners de evenwijdige spheer en die voor een wille-
keurige plaats, zooals in fig. 11 is aangegeven, de schuine
spheer, namen, die zich uit de figuren zelve laten vei'-
klaren. De bewoners van den evenaar zien nl. alle hemel-
lichamen loodrecht uit de kim oprijzen, om na precies
een halven dag eveneens loodrecht daaronder te verdwijnen.
De poolbewoners, zoo die er zijn, zien daarentegen alle
steiTen evenwijdig aan den horizon voortgaan; opkomen
en ondergaan komt daar niet voor.
§ 12. Scliijnbai-e beweging der zon. Ook de zon doelt
in de schijnbare dagelijkscho beweging des hemels, maar,
daar zij, wegens de jaarlijksche beweging van de aarde,
telkens uit andere oogpunten wordt bezien, zal zij daaren-
boven in een jaar rond de aarde schijnen te gaan en
wel volgons de lijn, die wij ecliptica noemden. Ter-
wijl dus de andere hemellichamen telkens den zelfden paral-
lelcirkel doorloopen, zal de zon eiken dag een anderen beschre-
ven, daar zij dagelgks hare declinatie verandert. (Jig. 13.)
Nu weten wij (§ 8) dat in de lente en herfst de as der
aarde noch naar dez on toe noch van haar afgekeerd is. Deze
bevindt zich dan evon ver van de zuid- als van de noordpool
en moet zich dus voor ons oog in den equator des hemels vor-
toonen. Daarom worden de punten v en(Aries en W egaj
waar de ecliptica den equator sngdt, de lente- en horfs t-
punten genoemd, of ook wel, daar alsdan dag en nacht
even lang zijn, het voorjaars nachteveningspunt
en het najaars nachteveningspunt. Is het zomer
voor 't noordelijk halfrond , dan helt de noordpool der aarde
naar do zon toe; de afstand van de zon tot de Noordpool
des hemels is dan kleiner dan dien tot de Zuidpool: de zon
bevindt zich dan in C en heeft zijn grootste Noordelijke
declinatie nl. 23daar boog CR = hoek Aries.