Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
Zoo derhalve de breedte van de plaats, voor welke de
hoogte en het azimuth der ster berekend moeten worden, ge-
geven is , verkrijgen wij in den spherischen driehoek, PTS , 3
gegevens nl.
Pï = 90 — geogr. breedte.
^ PPS = uurhoek =\b t rechte-klimming.
PS = 90 — declinatie ;
zoodat de andere elementen van den driehoek door sphe-
rische trigonometrie berekend kunnen worden. Hiervan nu is
/ PTS = boog ND = azimuth
en TS = 90 — DS = compl. hoogte.
Hoogte en azimuth zijn aldus gevonden
Met behulp van denzelfden driehoek kan omgekeerd de-
clinatie en rechte-klimming gevonden worden, indien hoogte
en azimuth, geografische breedte en uurhoek bekend zijn.
Verder zou men dan weder, volgens boven, astronomisehc
lengte on breedte kunnen bepalen uit de berekende decli-
natie en rechte-klimming.
De boog PS = 90 — declinatie, noemt men ook wel
poolsafstand;
de boog TS = 90 — hoogte, ook wel zenithsaf-
stand.
§ 11. Circnnipolair sterren. De dagelijksche beweging der
aarde om haar as, zal aan alle vaste punten des hemels
schijnbaar, in 24 uur, bogen doen doorloopen, waarvan de
middelpunten op de as der aarde liggen, en waarvan het
spherisch midelpunt de pool des hemels zijn zal. Deze schijn-
bare beweging zal voor alle plaats hebben in tegengestelden
zin, als die waarin de aarde draait, derhalve van 't Oosten
naar 't Westen.
Een dergelijke beweging nu vertoonen in 't ruwe alle
hemellichamen. Wij zien allen op bun beurt opkomen, rij-
zen en ondergaan ten opzichte van den horizon en wel op-
komen in 't Oosten en ondergaan in 't Westen. Veel regel-
matiger zouden echter de verschijnselen van den hemel zich
voordoen indien de aarde alleen om hare as draaide. Maar
aangezien zg ook een voortgaande beweging heeft om de
zon, vallen volgens vroegere verklaring dag en nacht telken»
op andere tijdstippen in, en daar de meeste hemellichamen
over dag door het licht der zon onzichtbaar worden en de
sterrenhemel zich alleen bij nacht in al haar luister ver-