Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
men, om een oogenblik later hetzelfde figuur te kunnen behou-
den , het punt V ergens anders moeten nemen. Om de rechte
klimming te kunnen opgeven in het figuur, dient men dus
te weten, hoever, op het oogenblik dat wij beschouwen , het
snijpunt F van horizon én equator van 't punt Aries is
gelegen, of wat op 't zelfde neerkomt, hoe ver 't punt
Aries dan af is van 't snijpunt E van den equator met deu
astronomischen meridiaan NPTEZ.
Was het punt Aries in E, dus in den meridiaan, dan
zou de rechte klimming van de ster EA zijn. Een dag
daarna zou dan het punt Aries weder E zijn, daar alsdan
de aarde juist eens omgewenteld, en dus alles weder in de
vorige positie is. Weet men dus hoe veel uur, er op
't oogenblik dat wij beschouwen, verloopen zijn, sints de meri-
diaan over het punt Aries liep , dan is EV ook te vinden , want
EV : 360 = il : 24
of EV = (15<)°
Alsdan is de rechte klimming VA en dus EA = \ht rechte-
klimming , en in den driehoek PTS, waarvan de pool des
hemels, het zenith en de ster de hoekpunten zijn, zal de
hoek P gegeven zijn. Dezen hoek noemt men, om de wijze
waarop hij verkregen wordt, de uurhoek.
Is derhalve rechte-klimming en declinatie bekend, dan
is in genoemden driehoek PTS, dien men den parallak-
tischen driehoek noemt, gegeven:
^ TPS = uurhoek = -(- rechte-klimming
PS = compl. declinatie.
Er ontbreekt, tot nadere berekening, dus nog één gege-
ven, hetgeen wij op de volgende wijze verkrijgen:
Aan het einde van § 3 is bewezen, dat de verlengde as
der aarde op den schijnbaren horizon helt met een hoek
gelijk de geografische breedte van de plaats. Maar de
verlengde as der aarde is in fig. 10 OP.
Verder is de ware horizon NZ evenwijdig aan den schijn-
baren horizon, derhalve is ook ^ PON gelyk de geografische
breedte van de plaats van waarneming, dus ook de boog
PN, dien men de poolshoogte noemt.
Hieruit volgt:
De hoogte van den pool des hemels bovenden
horizon van een zekere plaats op aarde is ge-
lijk aan de geografische breedte van die plaats.