Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
evenaar gaan, zijn natuurlijk meridianen, die welke door dc
as van den horizon getrokken worden, heetenverticaalcir-
Fig. 8.
kels. Er is ééne groote cirkel, die tegelijk verticaalcirkel en
meridiaan is, nl. PTZQV, welke zoowel door de polen des
hemels als door z enith en nadir gaat. Dit is de astr o no-
mische meridiaan van de plaats der aarde voor welke
HC de ware horizon voorstelt: het is immers de groote
cirkel, dien men op den hemelbol verkrijgt, wanneer men
dezen snijdt door het vlak van de geografische meridiaan der
plaats. In verband met fig. 2 zijn dan ook de snijpunten
N en Z van dien meridiaan met den horizon, het ware
Noorden en Zuiden voor genoemde plaats der aarde.
Men kan nu de ligging eener ster ondubbelzinnig be-
palen, zoowel met behulp van den equator en de
ecliptica als van den horizon. Daartoe is niets
anders noodig dan groote cirkels door de ster te trekken,
die door de polen dier drie groote cirkels gaan, nl. PS A,
P'SB en TSD. In het eerste geval wordt de plaats van S
aangewezen door de grootte van de boog AS - en den sphe-
rischen afstand van het voetpunt A tot een vast punt in