Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
onze hulpbol dan geheel met den sch^nbaren hemelbol
samenvalt. Men moet echter daarbij nooit vergeten dat
men aldus alleen de richting van de ster bepaalt.
Om nu de ligging dier punten op den hemelbol met juist-
heid aantegeven, kan men op dezelfde virijze te werk gaan
als dat geschiedt voor de bepaling van een plaats op de
oppervlakte der aarde, nl. vaste cirkels op den bol trekken,
en den spherischen afstand der sterren tot die cirkels zoeken.
Vooreerst kan men de as der aarde verlengen tot zij den
hemelbol snijdt in twee punten, die de polen des hemels
worden genoemd; ten tweede kan men de snijding van de
vlakken van den equator, der meridianen en der paralel-
len met den bol bepalen en verkrijgt alzoo den hemel-
schen equator, en eveneens de meridianen en paral-
lelcirkels des hemels. Verder het vlak van de
aardbaan doortrekkende, verkrijgt men als snijding met
den hemelbol een grooten cirkel, die den naam van
ecliptica draagt, en natuurlijk volgen § 8. den
equator volgens een hoek van 23snijdt; vervolgens kan
men ook de as van dien grooten cirkel trekken, en de sn^ding
daarvan met den hemelbol geven de polen van de eclip-
tica aan, even als de polen des hemels die van den equator
kunnen genoemd worden. Eindelijk kan men door het
middelpunt een vlak brengen dat evenwijdig is aan den
schijnbaren horizon van een willekeurige plaats op aarde,
§ 8 fig. 2 , en de snijding hiervan met den hemelbol geeft een
grooten cirkel, die de naam draagt van waren horizon.
De as daarvan is het verlengde der verticale lijn AG fig.
2, en deze snijdt den hemelbol in punten, die z e n i t h en
nadir, toppunt en voetpunt worden genoemd.
In fig. 8 is op den hemelbol
ER de evenaar en P,Q de polen er van.
EC de ecliptica en P',Q'» » » »
HG de horizon en T,V het toppunt en het voetpunt.
Uit den aard der zaak is het duidelijk dat de evenaar en
de ecliptica vaste cirkels zijn, terwijl de horizon voor
iedere plaats der aarde verschillend is; eveneens is het met
het z e n i t h en het nadir.
De snijpunten van ecliptica en equator worden aange-
wezen door de teekens 1/ (Aries, ram) en =fi= (Wega,
weegschaal). De groote cirkels, die door de as van den