Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
HOOFDSTUK 11.
De schijnbare beweging der hemellichamen.
§ 9. Cirkels aan den hemelbol. Alle hemellichamen ver-
toonen zich voor ons oog als geplaatst op een verbazend
grooten bol, waarvan de aarde het middelpunt inneemt.
Dit voorkomen van den hemel ontstaat hierdoor, dat de
hemellichamen zoo verbazend ver weg zijn, dat alle schat-
ting van afstand voor ons onmogelijk is. Daardoor lijken
■/Aj allen op denzelfden afstand te staan, derhalve op het
oppervlak van een bol waarvan ons oog het middelpunt
inneemt. Tegenover die ontzachelijke afstanden valt ook de
straal der aarde geheel in het niet, en dan kunnen wij, iu
plaats van ons oog, ook de aarde als middelpunt van den
I30I, den hemelbol genoemd, aanmerken.
Het eenige wat wij, zonder buitengewone hulpmiddelen,
van de sterren kunnen bepalen is derhalve de richting
waarin zij zich uit een bepaald punt, b. v. het middelpunt
der aarde gezien, vertoonen. Deze richting nu wordt vol-
komen bepaald wanneer wij ons een bol rondom dat middel-
punt denken en nu de punten zoeken, waar de lijnen, uit
het middelpunt naar de sterren getrokken, dien bol snijden.
Aldus blijkt het, dat deze hemelbol, hoewel slechts
schijnbaar aanwezig, als werkelijk bestaande mag aange-
nomen worden om te strekken als een voornaam hulpmiddel
ter bepaling van de richting waarin de sterren zich
ten opzichte van ons bevinden.
Voor dat doel is het zelfs volkomen geoorloofd alle ster-
ren te plaatsen in de snijpunten boven genoemd, zoodat