Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
noodig heeft om de zon weder met dezelfde ster te zien over-
eenkomen. Daarvoor is door vele waarnemingen gevonden
366,2563835 dagen, onder welken naam dan verstaan
wordt den tijd, dien de aarde voor een omwenteling om haar
as noodig heeft (Ster re dag).
Ging de aarde altijd in een rechte lijn voort dan zou men
de sterren altijd naar denzelfden kant verschoven zien en
die verschuiving dus niet kunnen opmerken. Maar als vol-
gens onze veronderstelling de aarde in een kring om de zon
draait, dan moet ook de verschuiving der sterren telkens
naar andere kanten plaats hebben en zoo alle sterren in den
tijd dat de aarde eens rondgaat, een kringetje beschrijven,
waarvan de spherische straal door den hoek « wordt geme-
ten. Dat kringetje moet voor alle steiren even groot
zijn, en door allen in dezelfde richting doorloopen worden,
nl. met de aarde mede. Nu heeft Bradley werkelijk dat
verschijnsel geobserveerd en daardoor overtuigend aangewezen
dat de aarde werkelijk in een jaar om de zon draait en
niet de zon om de aarde.
Voor de grootte van a vond hij een hoek van 20 secun-
den, waardoor voor de middelbare snelheid van de aarde
in hare baan om de zon gevonden wordt, ongeveer
30000 meter.
VRAGEN.
1°. Welk gedeelte der aarde kan men overzien, zoomen
op een hoogte h boven het oppervlak der zee zich bevindt?
2°. Hoeveel sneller zou de aarde moeten draaien opdat
aan den evenaar de zwaartekracht opgeheven zou worden
door de middelpuntvliedende kracht?
3°. .In hoeveel tijd zal bij de slingerproef van Poucault,
het slingervlak geheel rond gegaan zijn op een plaats waar
de geografische breedte 52° isV
En hoeveel aan den evenaar, aan de polen?
4°. Hoe zou men er in kunnen slagen den afstand tus-
schen twee ver verwijderde plaatsen op aarde zonder directe
meting te vinden?