Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
in een ylak waarop de as der aarde helt met een hoek van
Dit vlak noemt men het vlak der ecliptica en
snijdt de aarde onder een hoek van 23^° met den equator.
Stellen wij ons voor een lamp in 't midden van een ronde
tafel geplaatst, en nemen wij aan dat iemand nu met een
kogel waardoor een pen als as gestoken is en waarop de equator
met de parallelcirkels geteekend is, rond de tafel loopt, zoo-
danig dien kogel houdende dat 't middelpunt op dezelfde
hoogte boven de tafel blyft en dat de pen een schuinen
stand ten opzichte van de tafel heeft. Verder meet men
zorgen dat de pen altyd evenwijdig van zich zelf blijft.
Bij die beweging nu zal telkens de helft van den
kogel verlicht wezen en zal men de afscheiding van licht
en duister door een cirkel zien aangewezen. Maar te-
gelgk zal m.en opmerken dat die grenscirkel telkens op
andere wijze den equator en de parallelcirkels snijdt. Daar
nl. de pen altijd evenwijdig aan zichzelf blijft en de kogel
in een cirkel om de lamp gaat, zal het bovenste deel van
die pen nu eens naar de lamp overhellen, dan weder er
van afgewend zijn, en in de tusschen standen geen van beiden.
Helt de pen naar de lamp over of daarvan af, dan snijdt
de verlichtingscirkel de parallellen in twee ongelijke deelen ,
en wel in 't eene geval zijn op 't bovenste halfrond de ver-
lichte deelen gi'ooter en in 't andere geval die op 't on-
derste halfrond.
Aldus is het nu ook met de aarde. Stellen wij in de plaats
van de lamp de zon en in plaats van den kogel met de pen,
de aarde met, hare as, dan geldt alles voor de aarde wat zoo-
even van den kogel gezegd is. Helt de noordpool der aarde
naar de zon toe, dan is van de deelen, waarin de parallel-
cirkels door den verlichtingscii-kel gedeeld worden, datgene
't grootst dat in 't zonliobt zich bevindt, dan is op 't Noor-
der halfrond dus de dag langer dan de nacht en derhalve
zomer. Gelijktijdig zijn op 't Zuider halfrond de onverlichte
deelen 't grootst: daar is het dus w i n t e r.
Helt de Noordpool der aarde van de zon af, dan is het
juist omgekeerd.
In twee standen, tusschen beide genoemden gelegen, helt
de as der aarde noch naar de zon toe noch er van af; dan
gaat de grenscirkel van licht en duister door de polen der
aarde en alle parallelcirkels worden in twee g e 1 ij k e stuk-