Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
vinden. Voor 't geval van een grooten berg moet b. v. bet
schietlood een kleine helling naar den berg toe krijgen. Plaatst
men dus twee schietlooden aan weerskanten van den berg,
dan zijn die niet meer evenwijdig, maar maken een zekeren
hoek.
De geheele aarde trekt nl. het schietlood naar het mid-
delpunt, de berg daarentegen, naar zijnen eigen zwaarte-
punt. De eerste kracht is, als M de massa der aarde
voorstelt = M/, de tweede, zoo m de massa der bergs
is — mf. Nu stelt het schietlood zich volgens de resul-
tante dier krachten, en ondervindt eenen afwijking x die
gevonden wordt door de formule:
m
tang.--.
De hoek tusschen beide schietlooden is dan 2x of bijna
'2m ISOy
Deze hoek nu kan bepaald worden, door het verschil in
breedte dier plaatsen eerst met behulp van het schietlood
en dan zonder dat instrument te bepalen; als dan is ook de ver-
iïl
houding van bekend. Zoo men nu eindelijk de massa
van den berg kan afleiden uit hoogte, oppervlak en vorm
en uit den aard der gesteenten waaruit hij bestaat, dan
is M ook gevonden.
Aldus vonden Maskelyneen Hutton voor de dicht-
heid 4,713.
Bouguer vond met behulp vau den Chimborasso 4,57.
Volgens een methode, die ik niet nader beschrijven zal,
vonden verder
Cassini op den Mont-Cenis 4,837
en Airy in de mijnen van Newcastle 5,48
De nauwkeurigste proeven omtrent de massa der aarde
zijn genomen doer Eeich, Bailey en Cavendish, en
wel volgens de methode van den horizontalen slinger.
Stel dat men twee lichte bolletjes aan de uiteinden van
een zeer dunnen stang bevestigt en dezen in -'t midden aan
een zijden draad ophangt, dan zal hij zich alleen in een
horizontaal vlak kunnen bewegen, en kan de zwaartekracht
er geene werking op uitoefenen. Plaatst men nu nabij de