Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
11
derhalve een des te grooter bedrag naarmate men meer tot
de polen nadert.
De aarde is derhalve niet volkomen bolrond, maar aan
de polen eenigszins afgeplat, zoodat alle meridianen ellipsen zijn,
waarvan de kleinste as volgens de as der aarde gericht is.
Ook de slingerproeven door tallooze reizigers op verschil-
lende plaatsen der aarde verricht, wijzen deze afplatting
duidelijk aan.
Een slinger kan men nl. vergelijken met een kogel die
glijdt langs een verticale cirkelvormige goot onder den
invloed der zwaartekracht. Hoe sterker die kracht is, des
te sneller zal de kogel vallen, des te spoediger zal hij een
schommeling volbracht hebben. Uit het aantal schomme-
lingen dat een zelfde slinger op verschillenden plaatsen
der aarde in denzelfden tijd volbrengt, kan men dus voor
die plaatsen de waarden van g bepalen. Even goed kan
men daartoe bepalen de lengte van den slinger die iedere
secunde één schommeling volbrengt. Hoe langer die nl.
wezen moet, des te meer moeite heeft de aarde om hem
in één secunde een geheele slingering te doen volbrengen, des
te sterker is dus daar de zwaartekracht en des te grooter g.
De berekening wijst aan dat de lengte van den secunde-
slinger evenredig is aan de waarde van g.
De waarden van y, zooals die in de tabel van § 4 4
voorkomen, zijn op die wijze bepaald. Zij komen vrijwel
overeen met de wet aldaar opgegeven, nl. uat zij moeten
toenemen met verschillen-, evenredig met de kwadraten van
de sinussen der breedte , maar volkomen overeenstem-
ming is or niet, en uit dat gebrek in overeenkomst wordt
nu de afplatting der aarde duidelijk.
Uit nauwkeurige berekeningen, door Bessel enEncke
verricht, en waarbij alle uitkomsten der graadmetingen en
der slingerproeven zijn opgenomen volgt, dat de afplatting der
aarde is ——, nl. dat de as der aarde zooveel kleiner is
300
dan de middellijn van den equator als —— dezer middel-
oOO
lijn bedraagt.
De slinger proeven en de graadmetingen op verschillende
parallel-cirkels verricht hebben daarenboven aangetoond,