Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
190
248 millioen kilometers per jaar.
of bijna:
8000 meters per secunde,
dus ongeveer een vierde van de snelheid, die de aarde in
hare baan bezit.
De onderstelling echter, dat alle sterren van de eerste
grootte even ver van ons afliggen, is niet zonder bedenking,
en daarom zal men goed doen, door aan genoemde getallen
geene te hooge waarde toe te kennen.
VRAGEN.
1. Teeken figuur 37 voor 't geval dat de planeet P in
vier verschillende kwadranten der baan is.
2. Doe hetzelfde met figuur 38 voor 't geval dat Q in 4
verschillende kwadranten is.
3. Hoe ontstaan precessie en nutatie en welke gevolgen
hebben zij?
4. Hoe lang zal het ongeveer duren eer het punt Aries
in het sterrenbeeld de Steenbok komt? En wanneer was
het ongeveer in den Stier ?
5. Teeken op de hemelglobe den cirkel, dien de pool des
hemels beschrijft, en geef op, over welke sterren hij passeert.
6. Blijft de stelling altijd waar, dat poolshoogte gelijk is
aan geografische breedte ?
7. Zouden de kometen door de planeten ook storingen
ondervinden in hare beweging?
8. Zal de springvloed altijd even hoog wezen?
9. Is de vloed, door de maan alleen veroorzaakt, altijd
even groot?