Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
T
187
Nu beiden werken en zich niet in den equator bewegen
zou het genoemde tijdsverloop telkens moeten veranderen.
Dit is echter het geval niet, daar bijna overal dat tijds-
verloop voortdurend gelijk is aan 12" 25'», hetgeen precies
de helft is van den tijd die tusschen twee passages der maan
verloopt.
Verder zou in de syzygien, wanneer de zon juist op de
zelfde wijze werkt als de maan, de tijd van hoog water
op een bepaalde plaats der aarde moeten samenvallen met
het oogenblik waarop de maan de meridiaan passeert. Dan
is immers die plaats juist naar de maan toegekeerd.
Maar dit is zoo niet en kan soms uren daarmede ver-
schillen.
Al -deze verschillen tusschen theorie en ervaring ontstaan
hierdoor dat het water bij zijne beweging weerstand onder-
vindt op den bodem der zee en langs de kusten, zoodat het
volstrekt niet vrij in zijne beweging is.
Om een goed denkbeeld te verki'ijgen van den invloed
van het vaste land op de beweging van den vloedgolf,
heeft men kaarten vervaardigd, waarop die plaatsen door
lijnen zijn vereenigd, waar het gelijktijdig hoog water is
Men noemt die lijnen cotidalen, naar het Engelsche
woord: tide, vloed.
De vloedgolf beukt voortdurend tegen onze kusten in een
richting, tegenovergesteld aan die waarin de aarde draait.
Zij volgt immers de schijnbare dagelijksche beweging van
maan en zon van het Oosten naar 't Westen!
Kon die golf ook nog tot stand komen, terwijl de aarde
onbewegelijk was, dan zou zij, wijl er nergens weerstand
is , de geheele aarde in beweging stellen in tegengestelde
richting, als waarin zij nu draait.
Hieruit volgt dat, zooals de omstandigheden werkelijk
zijn , de vloedgolf een vertragenden invloed zal hebben op
de omwentelings-snelheid der aarde.
Deze opmerking is, zoover ik weet, het eerst door Le-
verrier en Thomson gemaakt, en, hoewel de veran-
dering die daardoor de duur van een dag zou ondergaan,
nog niet is opgemerkt geworden, moet de vertraging toch
zonder twijfel bestaan.
Dat zij nog niet is bespeurd, bewijst alleen dat zij zeer
gering is.