Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
186
te volgen, maar die niet zoo groot is als die, welke de
maan veroorzaakt.
De zon toch is ongeveer 24000 aardstralen van ons ver-
wijderd, zoodat volgens boven:
2M/
waarin M de massa van de zon voorstelt.
Verder is de massa der zon, M, 360000 malen die der
aarde en de massa der maan m'^^ daarvan, dus bjjna:
M = 30000000 m'
waaruit ongeveer volgt
30 15
zoodat de werking der zon ruim twee malen kleiner is
dan die der maan, en dus in de zelfde proportie de vloed-
golf, door de maan veroorzaakt, grooter zal zijn dan die,
welke door de zon ontstaat.
Bij volle en nieuwe maan staan de zon en de maan bijna
iu een rechte Ign met de aarde. Daar nu vloed ontstaat,
zoo wel op die plaatsen die van die hemellichamen zijn
afgekeerd, als op die welke er naar toe gewend zijn, zullen
in die beide phasen zon en maan elkanders invloed verster-
ken. Hierdoor ontstaat een sterkere ophooping van water
dan gewoonlijk: men heeft springtijd.
Anders zal het zijn in de kwadraturen, bij eerste en
laatste kwartier dus.
Alsdan doet de zon het water juist stroomen naar die
plaatsen, waar de maan het van daan trekt, en zoo de zou
even sterk werkte als de maan, dan zou er bij die standen
der maan in 't geheel geen eb en vloed zijn. Nu echter
de maan sterker werkt, blijft er nog een kleine vloedgolf
over. Men heeft alsdan de doode tijden.
Wanneer de maan er alleen was, en zich in het vlak van
den equator bewoog, dan zou de tijd, die tusschen twee
opvolgende tijdstippen van hoog water verloopt, dezelfde
zijn als die verstrijkt tusschen twee passages van de maan
voorbij den meridiaan.
Eveneens zou het tijdsverloop tusschen twee oogenblikken
van hoog-water gelijk zijn aan een middelbare zonnedag,
indien de zon alleen was en zich in den equator bewoog.