Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
184
Het is duidelijk dat door die omstandigheid de pool des-
hemels niet altijd op den zelfden afstand van van de
pool der ecliptica kan verwijderd blijven, dat derhalve ook
de helling van equator en ecliptica, wat wij den hoek Aries
genoemd hebben, niet altijd even groot kan zijn. Neen,
de equator schommelt in 19 jaar op en neder, binnen be-
paalde grenzen, die slechts 9,65 secunden uiteenliggen.
Men noemt dit verschijnsel de nutatie van de aardas;
het is ontdekt door Bradley in 1747.
Daar de nutatie een schommeling van den equator is,
zal daardoor de declinatie van vaste punten aan den he-
mel eenigszins veranderen en ook bij die grootheid moeten
vermeld worden, voor welk jaar zij bedoeld is.
§ 51. Eb en vloed. De maan is slechts 60 aardstralen
van ons verwijderd, zoodat de aantrekking die zij uitoefent
op de verschillende deelen van de oppervlakte der aarde
merkbaar verschilt.
Dit verschil in aantrekking zou niet veel invloed uit-
oefenen , zoo de aarde geheel uit vaste stof bestond, maar
aangezien bijna | gedeelte met water is bedekt, dat gemak-
kelijk in beweging te stellen is, zal de zaak anders worden.
Bij de beschouwing van de onderlinge werking van maan
en aarde hebben wij de massa der aarde in 't middelpuiit
gedacht, en toen in § 47 de aantrekking der maan op dat
middelpunt in rekening gebracht, stilzwijgend dus aanne-
mende dat alle deelen der aarde even sterk werden aange-
trokken als dat punt.
Hierin nu is, wegens het zooeven genoemde verschil in
aantrekking, een fout gelegen, die wij echter weder kun-
nen herstellen, door nog daarenboven op de verschillende
deelen der aarde krachten te laten werken, die gelgk zijn
aan het verschil in aantrekking op het middelpunt A en op
het willekeurig punt C der oppervlakte.
Daartoe maken wij weder gebruik van fig. 40, waar nu
Z de richting der maan, en de cirkel MiMjMjMj de aard-
bol voorstelt. - De maan trekt dan het middelpunt A aan
met de kracht:
fm'
zoo m' de massa der maan voorstelt; verder het punt C der
oppervlakte met de kracht: