Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
182
zelfde hebben als in figuur 38, pag. 165, waar dan S de
aarde, P den ring en Q het lichaam voorstelt, dat in
de plaats van zon en maan gekomen is.
Wij kunnen dus dezelfde redeneering als in § 47 volgen,
maar moeten daarbij in rekening brengen dat de ring uit
vast samenhangende deeltjes bestaat, die daarenboven even
solide met de aarde zelve verbonden zijn.
In de eerste plaats dan de orthogonale kracht. Deze
tracht vooreerst de helling der loopbaan te veranderen en
ten tweede de lijn der knoopen te doen rondgaan in terug-
gaanden zin.
Wat de eerste invloed aangaat, deze tracht over de eene
helft der baan, voor zoover nl. SQ > PQ de helling der
baan kleiner te maken en voor de andere helft, waarbij
SQ < PQ, haar te vermeerderen. Maar nu hangen de deelen
van den ring samen, dus wordt de invloed op het eene
gedeelte opgeheven door den tegengestelden invloed op het
andere stuk.
De helling van den ring blijft dus 23|° en daarom de
helling van de as der aarde ook onveranderd 66
De verplaatsing van de lijn der knoopen heeft voor alle
deelen van den ring plaats in denzelfden zin en geschiedt ook
nog, nu die deelen samenhangen. Het punt Aries, dat den
klimmenden knoop van den ring genoemd kan worden, loopt
dus voortdurend terug, telkens de ecliptica in andere pun-
ten snijdende.
Dit is ook werkelijk het geval, want thans ligt het punt
Aries reeds in het sterrenbeeld de Visschen, terwijl het
natuurlijk vroeger in het sterrenbeeld de Ram geplaatst
was. Volle 30° is dus het punt Aries in den loop der tijden
achteruitgegaan. Dit is echter een zeer langzame beweging,
veel langzamer dan bij een dergelijke ring te verwachten
was, maar, als men bedenkt dat deze met zich mede moet
nemen de geheele massa van den inwendigen bol, dan zal
dat geen bevreemding meer wekken.
Het gevolg van dezen achteruitgang van het snijpunt van
equator met ecliptica is, dat de as van den ring en dus
ook die van de daarmede samenhangende aarde, telkens naar
andere punten des hemels is gericht, een kegeloppervlak
beschrijvende, waarvan de as der ecliptica de meetkun-
stige as is. De pool des hemels, in plaats van een vast