Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
181
En dat niet alleen, maar ook de gedaante der aarde
spiegelt zich af in de boweging der maan, zoodat, volgens
Kaiser, een sterrekundige, zonder zijn observatorium te
verlaten, alleen door waarnemingen der maan, de kennis
omtrent de gedaante dor aarde kan uitbreiden.
Daar nl. de aarde niet bolvormig is, maar afgeplat aan
de polen, is hare aantrekking niet precies naar 't middel-
punt gericht, en volgt ook niet juist de wet van de omge-
keerde kwadraten der afstanden.
Hierdoor ontstaan een reeks van storingen in de be-
weging der maan, daar nu de aarde het vlak der maan-
baan met zijn eigen equator tracht te doen samenvallen.
Het zou ons echter te ver voeren , indien wij die allen
verder wilden nagaan.
§ 50. Precessie en nntatic. Niet alleen dat de leden van
het zonnestelsel elkanders loopbaan om de zon wijzigen,
maar bij behoorlijke nabijheid kunnen zij ook op elkanders
as-beweging invloed uitoefenen.
Zoo veroorzaken de maan en de zon te samen dat de as
der aarde in plaats van evenwijdig aan zich zelve te blijven,
zooals wij tot nog toe hebben aangenomen, telkens een
andere helling op de ecliptica verkrijgt, terwijl de lijn, vol-
gens welke equator en ecliptica elkander snijden, telkens
anders gericht is.
Dit verschijnsel ontstaat door de afgeplatte gedaante der
aarde en kunnen wij gemakkelijk met de storingen in ver-
band brengen.
Daartoe beschouwen wij de spheroïdische aarde als ver-
deeld in twee deelen, nl. een bol van binnen en daarom
heen een ring, die aan den evenaar het dikst is.
Op dezen ring nu, die het verschil is tusschen de eigen-
lijke en de bolvormige aarde, gaan wij de aantrekking
van zon en maan onderzoeken.
Daar hij ook om een as draait, kunnen wij dezen ring
aanmerken als een aaneengesloten massa sattellieten, die in
24 uur om de aarde draaien in een vlak, dat een hoek van
van 23 met de ecliptica vormt.
Deze massa ondervindt nu den storenden invloed van maan
en zon, die wij, daar de maanbaan bijna met de ecliptica
samenvalt, vervangen kunnen door een enkel lichaam dat
om de aarde draait. Men ziet dus dat wij hier geheel het-