Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
180
Waren zon en maan dus in 't begin van 't jaar in conjunctie
dan zal dat aan 't eind niet juist zoo zijn. Om die reden wordt
in 12 lunaties de winst in lengte, door de jaarlijksche ver-
effening veroorzaakt, iets minder, in 13 lunaties iets
meer dan het zuiver bedrag, en hierdoor ontstaat een tweede
onregelmatigheid , die eerst verdwijnen zal na zooveel jaren,
als men vindt door het bovengenoemde verschil in lengte
op 360° te deelen.
Maar ook dan nog zal zij niet geheel opgeheven zijn, daar
in dat groot aantal jaren de excentriciteit van de loopbaan
der aarde onder den invloed der planeten een kleine wijziging
heeft ondergaan (pag. 172). Vandaar dat de periode der ge-
noemde onregelmatigheid nog veel grooter wordt en eerst
dan die ongelijkheid zich hersteld als de excentriciteit der
aarde weder gaat toenemen.
Aldus ontstaat een kleine verandering in de beweging
der maan, maar die door den ontzettenden tijd dat zij
steeds voortgaat in den zelfden zin, tot een groot verschil
in de ware en de middelbare plaats der maan aanleiding geeft.
Deze verandering heet de seculaire vereffening
en is door Halley ontdekt, die uit de verhalen der Chal-
deeuwsche sterrekundigen omtrent maaneclipsen opmaakte,
dat toen de omwentelingstijd der maan (de lunatie) merk-
baar langer was dan tegenwoordig.
Uit vergelijkingen met de waarnemingen van Arabische ster-
rekundigen heeft men verder berekend, dat de maan's middel-
bare beweging ongeveer 11 secunden per eeuw toeneemt.
Op pag. 172 hebben wij ook nog varmeid, dat Venus een
storende invloed op de aarde uitoefende, die binnen een
periode van 240 jaren is begrepen, en waarvan 't gevolg
is dat gedurende de helft van dien tijd de aarde wat dichter
bij de zon is dan gedurende de andere helft.
De meer genoemde resultante, waardoor de beweging der
maan wordt gewijzigd, ondergaat daardoor ook een kleine
verandering, waardoor veroorzaakt wordt dat de maan
in 120 jaar of 1484 lunaties , ongeveer 23" vooruit is ten
opzichte van hare ongestoorde plaats en in de volgende 1484
lunaties evenveel achteruit geraakt.
Zoo zien wij dat de kleinste verandering in den vorm der
aardbaan een merkbaren invloed heelt op de beweging van
onzen wachter.