Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
178
deren, dat zij een ellips wordt, waarvan de groote as
volgens M,, M^ en de kleine as volgens M,, M, gericht is.
Zou wij verder den invloed der radieele krachten »"j, »"j, »"j,
r^ nagaan, dan zien wij dat zij naar buiten zijn gericht,
zoodat zij de centripetale kracht, die de maan in hare baan
om de aarde doet voortgaan, vermindert. Daar nu-de
uitdrukking diei* centipetale kracht is:
r
en V niet door de radieele kracht kan gewijzigd worden,
verandert zij de waarde van r. Met andere woorden, om-
dat de radieele kracht de centipetale kracht vermindert,
vermeerdert zij ook de straal der*doorgeloopen boog
en maakt dus de kromming der baan kleiner.
Nu is de resultante CF of DH enz. des te kleiner, naar
mate zij dichter bij M, en M» komt. In die punten is zij
zelfs ongeveer nul; in M, en M, daarentegen het grootst.
Evenzoo is het ook met de radieele kracht, die uit de
eigenlijke resultante is ontstaan. Derhalve wordt door
deze krachten de kromming des te meer veranderd, naar-
mate men dichter bij de punten M, en M, komt, en werken
zij in denzelfden zin als de tangentieele krachten t^, t^,
<3 en t^.
De invloed der zon op de maanbaan is dus deze dat de
laatste verandert in een ellips, met de groote as volgens de
kwadraturen en met de kleine volgens de syzygien gericht,
of beter dat de maanbaan wordt uitgerekt in de richting
der kwartieren en afgeplat in de richting van volle of
nieuwe maan.
Maar uit de tweede wet van Kepler, deze nl. dat met
gelijke tijden gelijke sectoren overeenkomen, zal men ge-
makkelijk kunnen afleiden, dat dan ook bij volle en nieuwe
maan de snelheid der maan 't grootst en bij de kwartieren
het kleinst moet zijn.
Van de aarde gezien zal dus in de beide eerste standen,
do ware plaats der maan bezig zijn de middelbare plaats
vooruit te loopen, terwijl zij in de kwartieren daarentegen
achteraan begint te komen , en op de helften der quadran-
ten, in B,C,D,E nl. noch winnen noch verliezen zal.
Maar juist in die punten zal het totale verschil in
de richtingen der gestoorde en de ongestoorde maan het