Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
176
2°. de lijn der knoopen loopt in 18,6 jaar (terug),
3°. de groote as gaat in het vlak der maanbaan rond in
den tijd van omstreeks jaar (vooruit),
en 4°. de grootste excentriciteit staat tot de kleinste als
3 : 2.
Om verder een goed inzicht in het wezen der variatie
te verkrijgen, willen wij dat bizonder geval der storingen
nog afzonderlijk nagaan.
Daarbij komt ons zeer te stade dat de afstand der zon zoo
groot en in vergelijking daarvan de maanbaan zoo klein is,
dat zij, uit de zon gezien, slechts een kring van 8' straal
aan den hemel vormt.
In figuur 37 is weder
QN = QS X f^y QS X
\pq J \afstand maan-zon/
maar deze kracht moet nu nagenoeg in richting met QS
samenvallen, zoodat de resultante NS of EP eveneens bijna
evenwijdig is met SQ, welke hier de lijn voorstelt die de
aarde (S) met de zon (Q) verbindt. De resultante van beide
krachten QN en QS zal naar de zon toegekeerd zijn, indien
afstand aarde tot zon < afstand maan tot zon,
dus, gedurende de eene helft van den omloopstijd, terwijl
diezelfde resultante van de zon afgekeerd is, zoo:
afstand aarde tot zon > afstand maan tot zon
Met andere woorden de resultante is het verschil in aan-
trekking, dat de zon uitoefent op de maan en op de aarde,
en dat verschil kan zoowel positief als negatief zijn.
Daar verder de helling der maanbaan op de ecliptica
slechts 5° bedraagt, zal men zon, maan en aarde altijd als
in een vlak kunnen aannemen.
Zoo dus in fig. 40 M' M' M' M* de maanbaan, en Z de
richting der zon beteekent, dan is in het kwadrant tusschen
M' en M' (nieuwe maan en 1' kwartier) de storende
kracht CF, welke in een tangentieele en een radieele kracht
ontbonden kan worden, nl.
, en ,
In het volgende kwadrant tusschen M> en M' , (tus-
schen 1' kwartier en volle maan), is de storende kracht DH
en zijn de tangentieele en radieele krachten:
t. en r.