Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
175
hemel, dus dezelde richting ten opzichte van de zon, moesten
aanwijzen als deze planeet werkelijk had.
Er is dus niets toevalligs in de ontdekking van Neptunus
en wij moeten de scherpzinnigheid bewonderen van de beide
mannen die er in slaagden de macht der wetenschap zoo
helder in het daglicht te stellen.
Nog vermeld ik als een merkwaardigheid de storing die
Jupiter en Saturnus op elkander uitoefenen en die bij hare
ontdekking reden tot ongerustheid gaf.
Terwijl nl. de baan van Jupiter hoe langer hoe grooter
wordt, neemt die van Saturnus voortdurend af. Dit heeft
reeds voortgeduurd van 1552 af en men vreesde dus dat
de beide planeten eenmaal op elkander zouden storten.
Laplace heeft echter bewezen, dat in overeenstemming
met het theorema van Lagrange, ook deze verandering perio-
diek is, zoodat op een zeker oogenblik de nadering weder
in verwijdering overgaat.
Voor den duur dier periode vond hij 932 jaar.
§ 49. Storingen der maan. De storingen, die de maan
in hare beweging ondervindt, hebben wij in § 47 weten op
te nemen, door de aarde als centrum, S, te beschouwen
en de zon om de aarde te laten draaien, werkende als de
storende planeet, Q. Ook bg de maan schommelt dus het
vlak der loopbaan op en neder, draait de lijn der knoopen
rond, verandert de stand der ellips in het vlak en veran-
dert ook de gedaante der baan, alles juist zooals in § 47
is beschreven.
Maar een gi'oot verschil wordt hierdoor veroorzaakt, dat
het nu de machtige zon is, die als verstoorster van den
regelmatigen gang der zaken optreedt.
De storingen zijn daarom veel belangrijker in grootte,
en zoo de zon niet zoo ver weg was en de maan zoo dicht
bij, dan zou onze wachter ons geheel verlaten.
Het is dus te begrijpen dat deze storingen, bekend onder
den naam van de maan's variatie en evectie, reeds
vroeg opgemerkt werden. Dit had nl. voor de variatie
reeds plaats omstreeks het jaar 975 door den Arabischen
sterrekundige A b o u 1-W e f a, terwijl de evectie door
Ptolemeus ontdekt werd.
Wat de elementen aangaat van de loopbaan der maan:
1°. de helling van het vlak blijft bijna volkomen dezelfde,