Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
174
Beide slaagden in de oplossing van dit bizonder moeie-
lijk vraagstuk en vonden voor de uit de zon gerekende astro-
nomische lengte van de onbekende planeet op den 23'" Sep-
tember 1846 eene waarde van 326° ä 329°.
Op den 23«" September ontving Dr. Galle te Berlijn een
brief van Leverrier, waarin deze zijne uitkomsten mede-
deelde en hem verzocht, om op de aangewezen plaats naar
die planeet te zoeken. En werkelijk, op denzelfden avond
vonden Dr. Galle en Prof. Encke haar, op den volgenden
dag was zg reeds van haar plaats gegaan, en bleek dus
werkelijk een planeet te zijn.
Naderhand was het vinden van Neptunus niet moeielijk
meer en konden de elementen van hare loopbaan worden be-
paald. Toen bemerkte men, dat reeds Lalande in 1795 haar
gezien , maar niet als planeet herkend had.
Wanneer men de werkelijke elementen van Neptunus, en
die welke door Leverrier berekend zijn, te samen vergelijkt,
dan valt een groot onderscheid in het oog:
Leverrier. Werkelijke baan.
Lengte op 1 Jan. 1847 . . 318°47' 328°33'
Halve groote as....... 36,15 30,04
Excentriciteit........ 0,108 0,009
Lengte van het perihelium. 284°45' ,47°12'
Men zou allicht uit dit gebrek aan overeenstemming kun-
nen opmaken dat de ontdekking geheel en al toevallig
was, daar het even goed had kunnen gebeuren, dat de pla-
neet op 23 Sept. een geheel andere plaats aan den hemel
had ingenomen, dan Leverrier aan Galle opgaf.
Alleen echter bij gebrek aan een goed inzicht kan men
de groote belangrijkheid van het onderzoek miskennen.
Het doel van Leverrier was niet om met astronomische
nauwkeurigheid de elementen van Neptunus te bepalen,
maar alleen om het praktisch mogelijk te maken haar op te
zoeken. En voor dat doel was iedere as eu iedere excen-
triciteit voldoende, die met tamelijke nauwkeurigheid de
grootte der storingen van Uranus gedurende het korte tijd-
verloop , dat zij opgemerkt waren, verklaarden.
Maar verder ook wijst de berekening aan, dat, wilden de
elementen dat doen, zij noodzakelijk binnen het genoemd
tijdverloop aan Neptunus ongeveer dezelfde plaats aan den