Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
171
vloed is, die ieder deel van het zonnestelsel op de beweging
der anderen uitoefent.
Het is daarbij gebleken dat alle elementen der loopbanen
veranderen.
Het vlak der loopbaan schommelt op en neer, en snijdt
daarenboven de ecliptica telkens volgens eene andere knoopen-
lijn. De ellips ligt telkens anders in dat verandelijk vlak,
zoodat het perihelium achtereenvolgens naar alle mogelijke
richtingen is gekeerd. Eindelijk verandert de ellips zelve van
vorm daar zoowel de lengte van de as als de grootte der excen-
triciteit aan voortdurende veranderingen onderworpen zijn.
Wanneer wij nu de hoegrootheid dier veranderingen na-
gaan, dan is het gemakkelijk in te zien dat die bij de plane-
ten slechts zeer gering kan zijn, omdat de massa der zon
in zoo groote mate die der gezamenlijke planeten overtreft.
Van het meest belang zijn hierbij de storingen, die de
aarde zelve door de andere planeten ondervindt.
Wanneer toch het vlak der aardbaan, de ecliptica, ook
merkbaar op en neder schommelt, dan zal daardoor de as
der aarde nu eens een grootere dan weder een kleineren
hoek daarmede maken, en dit moet volgens Hoofdstuk I
invloed hebben op de afwisseling der jaargetijden.
Wanneer verder de vorm der ellips verandert, waarin
de aarde zich beweegt, dan zal de afstand tot de zon
ook gewijzigd worden en alzoo het klimaat niet hetzelfde
kunnen blijven. Daarenboven zal dan volgens het slot der
vorige paragraaf de omloopstijd niet meer standvastig zijn
en daardoor de duur van het jaar moeten veranderen.
Ook bij astronomische bepalingen zijn die veranderin-
gen in de aardbaan van belang. Zoo nl. de ecliptica op en neer
schommelt, dan moet ook de astronomische breedte van een
vaste ster telkens anders zijn. Daarenboven, wanneer de lijn,
volgens welke de ecliptica den equator snijdt, telkens een
andere ligging verkrijgt, moet ook het punt Aries zich ver-
zetten en alsdan niet alleen de astronomische lengte maar
ook de rechte klimming van een vaste ster veranderen.
Gelukkig echter zijn al die veranderingen, vau gering bediag.
Vooreerst is nl. door voortdurende waarneming van de
astronomische breedte der vaste sterren gebleken, dat het
vlak der ecliptica door de werking der planeten slechts
48" per eeuw