Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
167
verminderen, zal dus het vlak van P ten opzichte der eclip-
tica op en neer schommelen.
Bij deze afwisseling der inclinatie zou de invloed der
orthogonale kracht bepaald blijven , indien P zich niet door
de krachten onder (1) en (2) genoemd, in een eUips be-
woog en dus de neiging had om in dat vlak te blijven.
Nu die neiging bestaat, zal de invloed van de orthogo-
nale kracht dezen wezen, dat zij P, die anders volgens de
raaklijn aan de ellips zou voortgaan, nu een eenigszins an-
dere richting geeft. Deze wordt dan, zie fig. 37 en 38, Pr in
plaats van PR, welke lijn, in plaats van het vlak van Q te
snijden in de lijn der knoopen, SA, haar in een andere lijn
Sr, treft. Wij kunnen dus zeggen dat onder den invloed der
orthogonale kracht P zich telkens op een ander vlak moet
bevinden dat niet alleen telkens een andere helling heeft
maar ook telkens het vlak van Q of ook dat der ecliptica
volgens een andere lijn snijdt. Niet alleen de helling ver-
andert dus, maar ook de lijn der knoopen is telkens naar
andere punten des hemels gericht.
Het blijkt hieruit dat door die orthogonale kracht twee ele-
menten der loopbaan van P worden gewijzigd nl.:
1°. de helling der loopbaan
2°. de lengte van den klimmenden knoop.
<zie Hoofdstuk III § 25).
Gaat men de zaak nauwkeurig na, dan bevindt men dat
de helling, zooals reeds gezegd is, nu eens grooter en dan
eens kleiner wordt, en dat, wat de lijn der knoopen be-
treft, deze voortdurend terug loopt op het vlak der ecliptica
zoodat de lengte van den klimmenden knoop gaande weg ver-
andert.
c. Onderzoeken wij nu in de tweede plaats den invloed
van de tangentieele kracht.
Het is gemakkelijk in te zien dat deze alleen de snelheid
van P wijzigt, waarvan een direct gevolg is dat de omloops-
tijd , T, der planeet een andere zal zijn dan zonder de aan-
wezigheid van Q.
Maar volgens de 3' wet van Kepler is er altijd een zoo-
danig verband tusschen omloopstijd, T. en groote as,
dat de uitdrukking altijd constant is.
Wanneer derhalve door den störenden invloed van Q, de