Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
163
Daar de massa der planeten gering is ten opzichte
van die der zon, zullen alle storingen, die een gegeven
planeet door ieder der anderen ondervindt, slechts zeer
klein zijn.
Nu bestaat er voor dergelijke samenwerking van kleine
werkingen een stelling in de werktuigkunde, die van ver-
bazend groot gewicht is, en die de leer der superpo-
sitie van kleine bewegingen wordt genoemd. Deze
stelling zegt, dat de resulteerende beweging, ontstaande uit
een groot aantal gelijktijdige kleine bewegingen, gevonden
wordt door eenvoudige optelling daarvan. Ieder dier kleine
bewegingen wordt in aard en in grootte niet veranderd
door de aanwezigheid der anderen.
Volgens die stelling kan men dus de storing, door ieder
planeet ondervonden, bepalen door afzonderlijk die welke
ieder der anderen veroorzaakt, uitterekenen en dan ten
slotte de som te nemen. Het vraagstuk wordt daardoor
teruggebracht tot het volgende: Gegeven de zon, S, en
een planeet P : te zoeken den invloed dien een der andere
planeten, Q , op de beweging van P uitoefent.
Dit is het vermaarde vraagstuk der drie lichamen,
waarop de beroemdste wiskundigen kunne krachten hebben
uitgeput en dat zij nog niet geslaagd zijn algemeen opte-
lossen.
Zij zijn al blijde, het zoo ver gebracht te hebben dat men
het voor ieder bijzonder geval, nl. wanneer P en M bepaalde
planeten zijn, kan oplossen.
Als wij, in het vraagstuk boven gesteld, voor S de
Aarde nemen , in de plaats van P, de maan, en voor
Q de zon, die wij dan, om het vraagstuk volkomen ge-
lijk te doen blijven, om de aarde laten loopen in plaats
van de aarde om haar, dan kan men aldus ook nagaan
den invloed, dien de zon op de beweging der maan uit-
oefent.
Aldus zijn in het vraagstuk der drie lichamen
aUe gevallen, die zich in ons zonnestelsel kunnen voor-
doen , begrepen. Deze drie lichamen zijn dan een cen-
trum, S, een gestoord lichaam, P, en een storend
lichaam, Q.
Volgens de wetten van Newton nu heerschen tussehen
deze drie de volgende krachten.
10*