Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
159
Deze komeet passeerde ons met bijzondere snelheid, zoo-
dat alle veranderingen in korten tijd plaats grepen.
Hier nu had het uitwerpen van kometische stof, uit
de kern naar de zon toe, plaats in een enkelen dichten
stroom, die, op een afstand zoo groot als de middellijn
van den kern gekomen, zoo plotseling uiteenspatte en terug
geworpen werd, dat de top er van den indruk gaf van een
tweeden kern.
Dat daarbij zulk een hevige werking waargenomen wordt,
is van de eene kant niet te verwonderen, wanneer men nl.
let op den korten afstand waarop zij in haar perihelium tot
de zon naderen.
Zoo naderde de komeet van Halley de zon tot op een afstand
gelijk van dien, waarop wij ons bevinden. Verbeeldt u nu
dat onze aarde eens in korten tijd IGOmalen dichter bij de
zon kwam, dan zou de warmte en het licht, dat wij dan
verkregen, 160 X 160 — 25600 malen grooter zijn. Tegen
eene dergelijke verhooging van temperatuur zou niets be-
stand zijn en alles zou in damp veranderen.
Stelt u nu de komeet voor, die waarschijnlijk van de
koude streken buiten ons zonnestelsel zeer spoedig in die
enorme hitte gebracht werd, en het zal u niet bevreemden,
dat daarin zulke hevige werkingen plaats grepen, werkingen
die de kometische stof als een staart terugwierpen, met een
snelheid, ontzettend veel grooter dan de verbazende snelheid
die de komeet zelf had, nl. die van
2 millioen kilometers per uur.
Dat in die grootere nabijheid tot de zon de magnetische
en electrische werkingen van dat hemellichaam eveneens
25600 malen grooter zijn dan hier, moet ook niet vergeten
worden. Wellicht vinden wij daarin de verklaring van de
afstootende kracht, die de zon schijnt uit te oefenen en die
het ontstaan der staart ten gevolge heeft.
De verschillende theoriün omtrent do natuur der kometen,
zooals die van Tyndall, van Zöllner, van Tait en an-
doren, hebben al de samengestelde verschijnselen die deze
lichamen aanbieden, nog niet zoo voldoende kunnen ver-
klaren, dat zij een van allen algemeen zijn aangenomen.
Wij willen ons daarmede dus niet verder bezig houden ,
maar nog alleen de voorstelling vermelden, die Herschell
van die hemellichamen geeft.