Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
158
Geen komeet is nauwkeuriger telescopisch onderzocht dan
die van Donati in 1858 en de teekeningen daarvan ge-
maakt door Prof. Bond in Amerika overtreffen bijna alles
wat in dat opzicht bestaat.
Zij bestond uit een schitterende kern, van meerder
dichtheid, omgeven of liever overstulpt door een verbazend
groot omhulsel van licht.
Dit omhulsel was van den kern gescheiden door een
donkere tusschenruimte, maar hier en daar waren over-
bruggingen in den vorm van fijne lichtstroomen van allerlei
gedaanten. Het geheel gaf den indruk alsof de kern ver-
borgen was in den bolvormig afgeronden top van een
lichtende kegeloppervlakte, dat de staart vormde.
Anderhalve maand na de verschijning van de staart,
zag men den kern omringd door niet minder dan drie
afzonderlijke omhulsels, even zoo van elkander en van den
kern gescheiden als te voren het eenige omhulsel.
Slechts weinige dagen na de vorming dier drie enve-
loppen , had er een merkwaardige verandering in de komeet
plaats.
Een nieuwe staart vertoonde zich naast de eerste of
h O O f d-s taart; deze nieuwe was volmaakt recht en zeer
smal, nauwkeurig afgewend in de zon.
Spoedig daarop verscheen een tweede nieuwe staart, die
zoo zwak was, dat ze ternauwernood kon worden opgemerkt.
Daarenboven bood de kern duidelijk het verschijnsel aan,
alsof zij aan zeer hevige werkingen onderworpen was, want
de lichtstroomen die er uit voortkwamen, waren talrijk en
snel afwisselend van gedaante.
Deze werkingen waren ook reeds door Herschell opgemerkt
bij de komeet van Halley. Hij zegt daarvan: de geheele
reeks van verschijnselen, bij onze komeet opgemerkt, dringt
ons aan te nemen dat de staart niets meer of minder is dan
de ophooping van een soort van lichtenden damp, in het
eerste oogenblik uitgestuurd naar de kant van de zon,
maar direct daarop met groote kracht en ontzettende snel-
heid teruggeworpen en van de zon afgestooten.
Ditzelfde verschijnsel werd nog sterker door denzelf-
den sterrekundige opgemerkt bij de komeet van 1862,
ook daarom van belang, daar zij volgens Schiaparelli in de-
zelfde baan loopt als de Augustus-stroom van vallende sterren.