Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
155
astronoom, die onafhankelijk van Leverrier de zelfde on-
derstelling maakte en de zelfde berekening verrichtte.
De eer der ontdekking van Neptunus komt dus eigenlijk
aan beiden toe.
Natuurlijk is deze geheele gebeurtenis tegelijk een schit-
terende bevestiging van de waarheid der wetten van Newton.
Dat Neptunus op die bijzondere wijze moest ontdekt
worden, bewijst wel dat zij verbazend ver weg moet zijn
en slechts door goede telescopen zichtbaar is.
Van het voorkomen der oppervlakte is dus weinig of
niets te zeggen en daarom is ook omtrent den rotatietijd en
den stand der as volstrekt niets bekend.
Alleen weten wij dat het spectrum van Neptunus met dat
van Uranus overeenstemt en geen eenvoudige herhaling van
"t zonnespectrum oplevert.
Lassell heeft met zijn grooten telescoop een spoor van
een ring meenen optemerken, maar dat kan ook wel een
gevolg zijn geweest van een kleine doorbuiging van de
spiegel, waardoor do beelden eenigszins misvormd werden.
Zeker is het vorder dat Neptunus ten minste van 2
wachters is omgeven, die beiden ook door Lassell zijn ontdekt.
Alleen van de eerste is de loopbaan bekend. Zij vol-
brengt in 5.9 dagen eene omwenteling, en is daarbij ge-
middeld 410000 kilometers van de planeet verwijderd.
Aan het einde van de paragraaf over de planeten wil
ik tot een gemakkelijk overzicht nog eens bat voornaamste
bijeenvoegen wat men van die hemellichamen is te weten
gekomen. Dit zal echter alleen voor de hoofdplaneten
geschieden. Zie volg. pag.
§ 46. Nader onderzoek der kometen. Ieder die zich den
tgd herinnert, (1858) waarop de komeet van Donati
avond op avond aan den westelijken hemel prijkte, zal nog
altijd een bijzondere belangstelling koesteren voor die raad-
selachtige lichamen, die vroeger schrik en angst onder de
menigte verspreidden.
Sints dien tijd is er geen meer geweest, die zulk een
buitengewonen omvang en glans vertoonde, maar toch zijn
er voor en na dien tijd tallooze kometen gezien. De teles-
coop doet bijna elk jaar meer dan een vinden, en bij
meer stelselmatig zoeken, zou dat getal zeer waarschijnlijk
nog wel grooter zijn. In 't geheel zijn er meer dan 700