Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
152
door Struve aangegeven, zijn door latere waarnemingen
niet waarschijnlijk bevonden.
In andere opzichten komt Saturnus meer dan eenige an-
dere planeet met Jupiter overeen.
Ook op hare oppervlakte heeft men lichte en donkere
banden, hoewel niet zoo duidelgk, opgemerkt, terwijl zij
eveneens door hare ellipsvormige gedaante een soortgelijke
afplatting als Jupiter verraadt.
Deze afplatting bedraagt iets minder dan -j'^.
üit enkele donkere vlekken, die nu en dan zich vertoon-
den, heeft men de rotatie-tijd van de planeet kunnen vin-
den en eveneens den stand van hare as.
De eerste is 10" 29"" 17«.
en dus iets grooter dan die van Jupiter.
De stand van de as verschilt nog al van dien van haar
voorgangster, daar hij in plaats van bijna loodrecht te zijn
op de baan, daarmede een hoek vormt van:
63°11'
dus een, die ongeveer even groot is als die van de aard-as
op de ecliptica.
Ware het dus niet wegens dien vreemden ring en den
korteren dag, dan zouden de jaargetijden daar al vrij wel
veranderen zooals hier.
De bovengenoemde banden zijn evenwijdig met het vlak
van den ring, waaruit volgt dat de rotatie-assen van pla-
neet en ring op elkander vallen.
Ook Saturnus is door een stelsel van satellieten omgeven
en wel ten getale van 8.
Van deze is VI of Titan door Chr. Huygens ontdekt
en door Bessel met zorg nagegaan. Zij volgt in hare
ellipsvormige loopbaan om de planeet de wetten van Kep-
ler. De omloopstijd is ongeveer 16 dagen en haren ge-
middelde afstand tot de planeet is 20 malen de straal daar
van of ongeveer 1260000 kilometers.
Ook van I, II, III zijn de loopbanen vrij nauwkeurig
bekend, maar de kennis omtrent IV, V, Vil en VIII
laat nog veel te wenschen over.
De omloopstijden zijn naar volgorde
0.9; 1.4; 1.9; 2.7; 4.5; 16: 21; 79 dagen.
Allen bewegen zich ten naasten bij in het vlak van den ring.
Even als bij Jupiter vinden velen het twijfelachtig of