Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
150
deringen, op Jupiter opgemerkt, aan een vnlkanische wer-
king der diepere deelen toe te schrijven. Alsdan zou de
overeenkomst tusschen Jupiter en de zon nog grooter zijn
daar de planeet dan ook eigen licht zou uitstralen.
Wat daarvan zij, willen wg niet beslissen. Stellig is het
echter dat met groote veranderingen op de zon ook altjjd
sterke bewegingen in de banden van Jupiter gepaard gaan.
Men kan dat vergelijken met hetgeen er gebeuren zou,
indien op onze maan water was. Alsdan zou, indien de
maan op aarde grooten springvloed veroorzaakte, ook juist
de aarde op de maan hetzelfde doen.
Deze overeenkomst in de veranderingen op de oppervlakte
van Zon en Jupiter nopen ons dus te besluiten tot een
onderlinge werking tusschen beide hemellichamen.
Jupiter vertoont zich niet als een cirkel maar als een
ellips. Dit is geen schijn maar werkelijkheid en door micro-
metrische metingen bevestigd. De vorm dier ellips geeft te
kennen dat Jupiter, even" als de aarde, aan de polen is
afgeplat.
Deze afplatting bedraagt, jj
zoodat de kortste middellijn van de langste middellijn
korter is dan die langste.
Wat Jupiter nog vorder van de vorige planeten onder-
scheidt, is, dat zij vergezeld is door 4 manen of satellieten,
waarover reeds gesproken is bij de bepaling van den afstand
der zon.
Deze manen zijn het eerst doorGalilei ontdekt en met
een goeden zakkijker al licht zichtbaar als fijne lichtpuntjes
in de nabijheid der planeet.
De beweging dier wachters, even als de vorm van hare
banen, is vrij nauwkeurig bekend. Daaruit is gebleken dat zij
even als onze maan de wetten van Kepler volgen. Ook voor
hen gelden dus de wetten van Newton, zoodat ook hunne
massa kan bepaald worden. Deze bedraagt te samen ongeveer
0,00017 van die der planeet of 0,06 van die der aarde.
De omloopstijden der manen van Jupiter zijn in volgorde
van den afstand tot de planeet:
2 ; 3.5 ; 7 ; 16.7 dag.
en daar hare banen bijna samenvallen met die der planeet,
worden zij bijna bij elke omwenteling verduisterd.
5. Een vreemd voorkomen vertoont voor het niet