Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
149
banden, die naar de poolstreken grijsachtig, soms bepaald
blauw worden.
Uit deze strepen, die zich op de oppervlakte der planeet
bevinden en met de rotatie om de as mededoen, heeft men
den tijd, daarvoor noodig, bepaald op:
9" 55"
een verbazend kort verloop, zoo men den omvang van
Jupiter in 't oog houdt. De helling van die as op de
loopbaan is ongeveer
86°54'
dus bijna een rechten hoek; afwisseling van jaargetijden kan
dus aldaar niet plaats grijpen.
De banden boven genoemd zijn altijd als wolken beschouwd,
die in den dampkring der planeet drijven, nl. de lichte,
daar wolken immers meer licht terugkaatsen dan de damp-
kring zelf. De equatoriale band vergeleek men dan met
den stiltegordel op aarde. Het kwam echter vreemd
voor, dat de strepen zoo constant maanden achtereen op
dezelfde plaats kunnen voorkomen.
De ontdekkingen van Long en Baxendell hebben
het raadselachtige dier banden nog verhoogd. Zij zagen
dwars over een lichtband eene schoone donkere streep van
ongeveer 16000 kilometer lengte; deze bleef gedurende
een geruimen tijd bestaan, en wat meer zegt, hij groeide
aan en wel zoodanig dat terwijr zijne uiteinden op den-
zelfden afstand bleven, het middelste al breeder en broeder
werd, tot dat het den geheelen schijf bedekte. De snel-
heid waarmede dit midden voortschreed in de richting
der as-beweging was ongeveer 243 kilometer per uur en
dus bijna twee malen zoo groot als die van den hevigsten
orkaan alhier.
Zoo het dus stormen zijn geweest, die Long opmerkte,
dan kan men ze meer met de ontzaglijke bewegingen ver-
gelijken die op de zon plaats grijpen, dan wel met die
welke op aarde voorkomen.
Ook hierin komt dit verschijnsel met dat op de zon
overeen, dat de equatoriale deelen sneller ronddraaien dan
de anderen, niet alleen omdat zij grootere cirkels doorloopen,
maar omdat zij daarenboven de grootere cirkels in kleiner
tijd volbrengen.
Sommigen zijn ook wel geneigd om die kolossale veran-