Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
148
wit zijn en aldaar toch de luchtlaag, welke de lichtstralen
moeten passeeren, het dikste is. Een nader onderzoek daar-
van was echter wenschelijk, en zoo besloot Huggins het
spectrum van Mars te bestudeeren.
Aldus is gebleken, dat de atmospheer van Mars volstrekt
geen roode dampen bevat, maar zeer met die der aarde
overeenkomt.
Men ziet wel het zonnespectrum, maar behalve de talrijke
strepen daarvan, nog andere, die ook somtijds door onzen
dampkring worden geleverd.
Nu zou het kunnen zijn, dat die ook werkelijk door den
laatstgenoemden waren veroorzaakt, maar dit kan niet waar
zijn, aangezien de spectroscoop, direct daarop naar de maan,
die lager aan den hemel stond, gericht, diezelfde strepen niet
vertoonde. En iedereen begrijpt dat zij bij de maan even
goed en zelfs wegens haren stand, dicht bij den horizon,
scherper hadden moeten optreden, indien zij aan stoffen
van den dampkring der aarde waren te wijten geweest.
Dat het vasteland van Mars een roodachtigen tint heeft,
moet niet vreemd voorkomen, daar óok hier op aarde stre-
ken zijn, waar de roode zandsteen een dergelijke kleur aan
de landstreek mededeelt.
Schgngestalten vertoonen de buitenplaneten niet, hetgeen
men zich op de volgende wijze kan duidelijk maken. Daar
zij langzamer voortgaan in hare banen dan de aarde, kan
men zich voorstellen, dat zij stilstaan, terwijl de aarde
dichter bij de zon met het verschil der beide snelheden voort-
gaat. Zoo wij alsdan bij de dagelijksche wenteling der
aarde, de planeet te zien krijgen, zien wij ook altijd het-
zelfde gedeelte er van, nl. dat wat door de zon wordt
verlicht.
4. Somtijds vertoont zich gedurende geruimen tijd een
dwaalster, die zelfs Venus in glans op zijde streeft. Dit is
Jupiter, de grootste.van allen en in vele opzichten merk-
waardig.
Eene beschouwing van Jupiter door een goeden kijker,
geeft een vrij groote lichtschijf te ontdekken, waarop
evenwijdig aan elkander verscheidene banden zichtbaar zijn.
De middelste, equatoriale band is licht en omgeven door
twee donkere strepen, van een koperachtigen, soms purper-
achtigen tint. Dan volgen afwisselende lichte en donkere