Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
147
terwijl uit den vorm der baan , dien de vlekken doorloo-
pen, evenals bij de zon, is afgeleid dat de as een helling
heeft van
61° 18'
Deze hoek verschilt niet veel van die welke de aardas
met de ecliptica vormt, derhalve zullen de jaargetijden
en de klimaten daar ongeveer veranderen als hier, met dit
onderscheid, dat het jaar van Mars grooter is en dat de
intentitoit der zonnestralen aldaar slechts 0,43 is van hier.
Is nu eenmaal de rotatie-tijd bekend, dan kan men ook ver-
schillende teekeningen der vlekken, op verschillende oogen-
blikken verricht, tot hetzelfde tijdstip terugbrengen. Door
de rotatie om een scheeve as moet nl. een zelfde vlek zich
voor ons oog telkens onder een anderen vorm vertoonen, als
wij op verschillende oogenblikken den kijker naar de planeet
richten, maar nu deze beweging bekend is, zal men in staat
zijn, uit te rekenen hoedanig zich die vlek zou vertoonen op
een oogenblik, dat ook andere waarnemingen zijn verricht.
Op die wijze kan men er in slagen om verschillende tee-
keningen met elkander te vergelijken en zoo eindelijk uit-
rekenen hoe Mars zich zou vertoonen als zij stilstond, hoe
dus hare wezenlijke gedaante is.
Bij al die waarnemingen is ook opgemerkt, dat de polen
van Mars door eeuwigdurende sneeuw zijn bedekt, en wel
des winters over een grooter oppervlakte dan als het daar
zomer is, en omgekeerd.
Verder heeft Phillips een veranderlijk omhulsel ont-
dekt , dat over de vaste oppervlakte heen drijft en soms
het onderkennen daarvan moeielijk maakt. Dit kan niet
anders wezen dan eene atmospheer zooals die om onze
aarde, waarin wolken ronddrijven zooals hier. Dit nu is
wederom door den spectroscoop bevestigd.
Mars vertoont zich in een kijker als een schijf van oker-
achtigen kleur met hier en daar groenachtige vlekken. Men
onderstelde nu dat die donkerbruine deelen de vaste grond
waren, terwijl de groenachtige vlekken aan water moesten
toegeschreven worden.
Deze onderstelling is zeer waarschijnlijk, maar het zou
toch kunnen zijn, dat die roodaehtigen gloed aan een damp-
vormigen atmospheer van die kleur moest geweten worden.
Dit wordt echter tegengesproken door het feit dat de polen
10*