Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
145
groote variatie in helderheid, die Venus voor het onge-
vrapende oog vertoont. Nu eens toch overtreft zij alle
andere hemellichamen in glans dan weder vertoont zij zich
nauwelijks.
Dezelfde schijngestalten doen den astronoom een middel
aan de hand om oneffenheden op de oppervlakte van Venus
op te sporen. Zijn nl. deze aanwezig, dan moet de grens-
lijn van licht en duisternis niet een scherp begrensde lijn
zijn, maar even als bij de maan van verschillende inham-
men en tanden voorzien.
Dit verschijnsel is wezenlijk aan die grenslijn opgemerkt
en Schröter leidde daaruit af dat op Venus bergen
moeten voorhanden zijn die soms 4 malen die der aarde in
hoogte overtreffen.
Venus is zeer waarschijnlijk door een dampkring omgeven,
daar het spectrum er van door enkele donkere strepen is
doorsneden, die niet in het zonnespectrum voorkomen. Het
zijn dezelfde strepen, die in onzen aardschen dampkring
voorkomen, en zij zouden dus ook daaraan kunnen worden
toegeschreven. Hoe men uitgemaakt heeft dat zij toch ont-
staan zijn door absorptie in den dampkring van Venus, zul-
len wij bij de behandeling van de planeet Mars uiteenzetten.
Venus bezit een dergelijke atmospheer als de aarde, en
daar zij volgens pag. 103 ook weinig in grootte daarmede
verschilt, hebben beide planeten nog al punten van over-
eenkomst. Zoo is het ook met den tijd waarin zij om de as
draait, en die uit de verplaatsing van eenige merkwaardige
vlekken is afgeleid. Hoewel vroegere waarnemers daarvoor
een duur van 24 dagen stelden, blijkt uit de zorgvuldige
studiën van de Vico, dat zij niet meer bedraagt dan:
23"21»'23».
In een paar punten verschillen de Aarde en Venus echter
aanmerkelijk.
Terwijl nl. de as der Aarde op hare loopbaan helt onder
een boek van 66}°, heeft men uit de wijze waarop de
vlekken op Venus zich verplaatsen meenen te moeten be-
sluiten, dat die hoek aldaar slechts ongeveer 30° is.
Zoo zotiden dus aldaar de poolcirkels 60® van de polen en
de keerkringen 60° van den equator gelegen zijn, hetgeen
niet anders kan, dan dat de gematigde luchtstreek ontbreekt;
en poolstreken en tropische streken elkander over een
10