Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
141
dicttheid moet het klimaat op de maan zeer buitengewoon
zijn, d. i. nu eens een hitte grooter dan hier onder de tro-
pische gewesten, en dan weder een koude sterker dan die
onder de poolstreken.
Dat klimaat kan echter door geen levend wezen van de
soort die wij hier kennen worden doorstaan. Dit is trou-
wens niet noodig, daar bij gebrek aan lucht toch de hoofd-
voorwaarde voor het bestaan van ons bekende organismen
afwezig is.
Het gebrek aan een atmospheer wordt insgelijks aange-
wezen door den spectroscoop.
Richt men dit instrument op de maan, dan verkrijgt
men niets anders dan een herhaling van het zonnespectrum.
Vooreerst bewijst dat, hetgeen men al weet, de maan
geen eigen licht heeft, maar alleen dat der zon terugkaatst.
Ten tweede blijkt de afwezigheid eener atmospheer hieruit,
want ware deze aanwezig, dan zou men, vooral op den
betrekkelijk geringen afstand, dien de maan van ons heeft,
toch al licht een enkel zwart lijntje aantreffen, dat in 't
zonnespectrum ontbreekt en alzoo absorptie der maan te
kennen geeft.
Maar niets daarvan is te zien en derhalve besluiten wij
tot de onbewoonbaarheid van de maan voor schepsels
der aarde.
Wanneer wij letten op de beweging der maan, zooals die
in het 3« en 4« hoofdstuk is beschreven, dan moet het vreemd
voorkomen dat men altijd dezelfde bergen, dalen en vlek-
ken op de maan ziet.
Terwijl toch de maan in 27} dag om de aarde draait,
zien wij voortdurend hetzelfde stuls; van hare oppervlakte,
hoewel men zou verwachten dat zij telkens andere deelen
naar ons toe zoude keeren.
Dit is een merkwaardig feit, dat alleen op deze wijze kan
verklaard worden, dat onze satelliet juist in den zelfden
tijd als waarin zij om de aarde draait, ook nog om een
eigen as jiraait.
Zoo komen wij tot de ontdekking van een derde bewe-
ging der maan, nl. een aswenteling.
Hierbij moet nog vermeld worden dat men wel over 't geheel
genomen altijd het zelfde deel der maan-oppervlakte ziet,
maar toch van tijd tot tijd ook andere deelen, nu eens be-