Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
138
naar den helderen hemel en daarna juist naar do zon, kon
men de verhooging in temperatuur en daaruit de per mi-
nuut ontvangen warmte berekenen. Daarna denkt men zich
eeu bol om de zon met den afstaud van aarde tot zon als
straal, en berekent hoeveel malen het oppervlak daarvan
grooter is dan de groote cirkel der aarde, en vermenigvul-
digt met dit getal de warmte door de aarde in zekeren
tijd ontvangen. Men heeft dan de warmte, die de zon in
dienzelfden tijd naar alle kanten uitstraalt. Alzoo heeft men
gevonden dat do warmte, door de zon in 24 uur uitge-
straald, in staat zou zijn
767 quintillioen kilogrammen
water van 0° in stoom van 100° te veranderen.
Deze ontzaglijke warmte gepaard aan al het licht dat
zij uitzendt, maakt de zon tot de bron van alle arbeids-
vermogen , op aarde en op de planeten aanwezig.
Door haar zegt Herschell, ontstaan de winden, die over
de geheele aarde hun invloed doen gelden, door hare levens-
wekkende werking zijn planten in staat zich uit levenlooze
stoifen op te bouwen, om op hare beurt weder te strekken
het voedsel dor dieren, of aan de andere zijde de bronnen
to worden van die groote depots van arbeidsvermogen, welke
wij in de steenkoleulagen bezitten.
Door haar circuleeren de watoren der zeeën als dampen
door de lucht, bevruchten het land en vormen de boeken
en rivieren. Ook de_ groote zeostroomen hebben aan hare
werking hun aanzijn to danken, en welk een groote rol
spelen die niet in de huishouding der natuur!
Door haar eindelijk hebben alle storingen plaats in het
scheikundig evenwicht, tusschen de verschillende stoffen der
natuur. Zelfs de geologische veranderingen in den toestand
der aarde zijn meerendeel aan de werking der zon toe te
schrijven.
Wol moet een hooge temporatuur op de zon heerschen
om oon dergelijke enorme hoeveelheid warmte voortdurend
te kunnen uitzenden.
Er zijn vele schattingen daaromtrent gedaan, maar zoo
lang men nog niet voldoende bekend is met do grootte van
de absorptie, welke de stralen in den zonnedampkring en ook
in onzen eigenen ondervinden, zal men altijd in het blinde
blyven rondtasten.