Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
V-H--------ÏM......\
______i________
cirkels en de groote cirkels , die door de polen gaan, m e r i-
Fiff. 1. dianen. Zie
figuur (1) waar
NZ de as, E
de equator, M
meridianen en
P parallelcir-
kels voorstel-
len.
Met behulp
dezer cirkels,
kan men de
plaats van een
punt A op de
oppervlakte
der aarde be-
palen.
Daartoe trek-
ke men slechts
den meridiaan
NABZ,die door
dat punt A
gaat. Deze snijdt in B den equator en nu wijst natuurlijk
de boog AB of beter de hoek AOB den afstarfd van het
punt tot den equator aan. Deze boog of hoek wordt de
geografische breedte van het punt A. genoemd.
Alle punten van den parallelcirkel FAG hebben natuur-
lek dezelfde breedte. Om derhalve de plaats van A te vin-
den is eene tweede grootheid noodig, nl. den hoek COB of
den boog BC , welke den standhoek aanwijst tusschen den
meridiaan van A,NABZ , en een der meridianen dien men
als vasten, als eersten meridiaan aanneemt, b.v. NFCZ.
Die boog CB of dien hoek COB noemt men de g e o g r a f i-
sche lengte van A.
Het is duidelijk, dat door geografische lengte en breedte
de plaats van een punt op de aarde volkomen bepaald is.
Zij b.v. van een plaats de lengte 30° Oost en de breedte 40°
N, dan kan men, om die plaats te vinden, van den eersten
meridiaan af op den equator een boog van 30° oostelijk ne-
men, verder door het zoo gevonden punt een meridiaan
brengen en nu op dezen noordelijk een boog van 40° afzetten,
1*