Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
135
Na de waarnemingen, boven genoemd, met het spectrum van
den chromospheer bij onverduisterde "zon kan er
echter geen twijfel meer bestaan, of deze ten minste behoort
wel degelijk tot de zon.
Daarenboven weet men uit andere waarnemingen dat de
maan van geen merkbare dampkring is 'omgeven.
De corona eindelijk zou ook alleen een optisch ver-
schijnsel kunnen zijn, veroorzaakt door de zonnestralen, die
scheef langs den rand der maan onzen atmospheer verlichten.
Als dit laatste waar is, dan moeten verschillende waar-
nemers op zeer verschillende punten der aarde geplaatst,
ieder een andere corona zien.
Bij de laatste zonsverduistering nu is het ten duidelijkste
door vergelijking der photografische afbeeldingen van de
eclips gebleken dat overal de corona den zelfden vorm had;
dat zij dus wel degelijk als een omhulsel van de zon
moet beschouwd worden.
Men kan ook een kunstmatige zoneclips voortbrengen
door voor het objectief van een kijker een ondoorschijnende
cirkelvormige schijf te plaatsen, die verder of dichter van
het objectief kan geschroefd worden, zoodat zij juist alleen
de zonneschijf bedekt. Plaatst men dit schijfje op grooter
afstand in 't midden van de zonneschijf, dan vormt zij
daarop een volkomen zwarten cirkel, welken men grooter
maakt, door verplaatsing der schijf. Op het oogenblik nu
dat de geheele zon er door verborgen is, vertoonen zich de
protuberansen.
Op deze wijze kan men deze belangrijke voorwerpen zoo
dikwijls bespieden als men verkiest, en is onze kennis er
van zeer uitgebreid.
Men weet nu dat zij zich bijna altijd vertoonen en wel
het meest in de nabijheid der zonnevlekken. Verder weet
men dat zij verbazend snel van vorm veranderen en daar-
door aanwijzingen zijn van krachtsontwikkelingen, waarvan
wij hier op aarde geen voorbeeld kennen.
Zoo werd in Maart 1869 een protuberans opgemerkt
van ongeveer
42000 kilometers
hoogte, welke in den tijd van 10 minuten totaal verdwe-
nen was , waaruit voor die verandering een snelheid volgt van
70 kilometers per secunde.