Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
133
heeft, zich meer dan de schijnbare middellijn der zon buiten
de schijf uitstrekt en welke men de corona noemt.
Er wordt dus nog genoeg rondom de zon gezien om haren
middellijn tot meer dan het dubbele bedrag te vergrooten.
De vraag rgst, of nu die chromospheer de absorbeerende
dampkring is, welke al die donkere strepen in het zonne-
spectrum veroorzaakt.
De spectroscoop zegt: neen! want men verkrijgt daar-
mede en mot de protuberansen wel spectra van do
soort bestaande uit lichte lijntjes, maar zij zijn slechts weinig
in getal en voornamelijk aan waterstof toe te schrijven.
Evenmin is het de corona, want deze geeft, zooals bij
de eclips van 1869 duidelijk is gebleken, een geheel spectrum
van de 1« soort, met hier of daar een enkele lichte streep.
Noem , de absorbeerende atmospheor der zon is een om-
hulsel dat dieper ligt dan de chromospheer, want na-
dert men den spectroscoop uit die protuberansen-laag
dichter tot den eigenlijken zonneschgf, dan worden de
lijnen in het spectimm der dorde soort talrijker en talrgker.
Totale zoneclipsen komen niet zeer dikwijls voor, en dan
niet altijd op plaatsen, waar observatoria voorhanden zijn.
Men moet dan tot groote en kostbare expedition overgaan,
zooals in 1866 en in 1870 geschied is.
Het zou dus van bijzonder veel belang zijn, indien men
ook bij de niet verduisterde zon die zelfde verschijn-
selen kon waarnemen.
Dit karu niet geschieden wegens het sterke licht dat de
zon aan onzen eigen dampkring geeft. Dat licht nu be-
staat uit allerlei stralen van verschillende breekbaarheid.
Met een spectroscoop geeft het een volledig spectrum, dat
dos te langer is uitgerekt, naarmate meer prisma's ge-
bruikt worden.
Maar in die zelfde proportie wordt het licht, door uit-
spreiding over een grooter oppervlakte , minder sterk. De
nadeelige invloed van de verlichting van onzen dampkring
wordt dus door een bijzonder groot aantal prisma's opge-
heven. Het spectrum nu van den chromospheer en der
protuberansen bestaat uit enkele lijntjes, die bij grooter
aantal prisma's wel verder van elkander geraken maar niet
breeder en dus ook niet zwakker worden. Het is dus
mogelijk de protuberansen, de chromospheer en de ab-