Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
131
pier geprojecteerde zonneschijf geplaatst, wijst des te ster-
ker verwarming aan, naarmate men meer het middelpunt
nadert.
En dit is immers noodzakelijk, indien de zon door atmos-
pheren is omgeven, daar dan de stralen van de randen een
dikkeren laag te doordringen hebben, dan die welke van 't
middelpunt der schijf komen.
Trouwens de spectroscoop heeft dit feit voor goed uitge-
maakt.
De zon vertoont namelijk een spectrum van de tweede
soort, nl. een geheel spectrum met donkere strepen;
deze donkere strepen zijn toe te schrijven aan absorptie,
opslorping van sommige stralen, en dit kan alleen geschied
zijn of in een zonno-atmospheer, of in den dampkring der
aarde. Dat nu de laatste slechts enkele dier strepen heeft
gevormd, kan op de volgende wijze worden bewezen.
Des middags hebben de zonnestralen in onzen dampkring
een korteren weg te doorloopen dan 's avonds of 's mor-
gens. Eveneens is die weg korter op den top van een berg
dan aan de oppervlakte der zee. Waren de donkere Prauen-
hofensche strepen dus aan opslorping in onzen dampkring
toe te schrgven, dan zouden zij 's avonds of 's morgens
zwarter moeten zijn dan 's middags, en evenzeer aan de op-
pervlakte der zee donkerder dan boven op den berg. Dit
nu is met de meesten niet het geval; door de meerdere
helderheid van hot licht is het integendeel juist omgekeerd.
Dat men een geheel spectrum met donkere strepen
verkrijgt, bewijst dus dat de zon bestaat uit een gloeiende
vaste of vloeibare stof, omgeven door gasvormige omhulsels.
Men heeft als het ware een bijzonder vak gemaakt van
de studie van het zonnespectrum, zoodat nu reeds meer dan
2000 donkere strepen niet alleen gevonden zijn, maar in
plaats nauwkeurig zijn aangewezen. Ieder dier strepen wordt
door een letter aangewezen of ook wel door het Nummer, dat
zij heeft in de lijst van metingen van voorname onderzoe-
kers b.v. van Kirchhoff en Angström.
Uit de plaats dier strepen is men, zooals vroeger ge-
zegd is, in staat den aard dor stoffen aan te wijzen, die
in den zonnedampkring voorkomen als dampen.
Welk een arbeid daarvoor echter noodig is, kan men nagaan,
als men weet, dat het ijzer alleen een spectrum geeft van