Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
Op welke plaats der aarde men aldus om zich heen ziet,
altijd is het verschgnsel volkomen hetzelfde, en de horizon
cirkelvormig; men moet dus wel aannemen, dat de aarde
een gedaante heeft die veel met die van een bol moot over
een komen.
Deze gedaante wordt ook bij het maken van kaarten en
bij het volbrengen van zeereizen altijd aangenomen, en nog
nooit is oen zeeman om die reden op een verkeerde plaats
der aarde aangekomen.
§ 2. Aswenteling' der aarde. De bolvormige aarde draait
met een standvastige snelheid om een as , zoodanig, dat
iedere omwenteling in 24 uren plaats grijpt.
Dat dit werkelijk zoo is blijkt uit het volgende:
a. Een aandachtige beschouwing van den sterrenhemel
leidt tot de ontdekking dat alle sterren in 24 uur kringen
aan den hemel beschrijven van het oosten naar het westen,
die evenwijdig aan elkaar zijn en die als spherisch middel-
punt éénzelfde punt des hemels hebben, dat ten naastenbij
wordt ingenomen door de poolster, en dat de pool des
hemels wordt genoemd.
Ook de zon beweegt zich dagelijks in dezelfde richting
en om hetzelfde spherisch middelpunt.
Dat dit nu voor alle sterren plaats vindt in denzelfden tijd
en om hetzelfde middelpunt, maakt het, zooals Copernicus
reeds opmerkte, zeer waarschijnlijk dat die beweging slechts
schijnbaar is en veroorzaakt wordt door een wenteling van
de aarde van het westen naar het oosten om een as, waar-
van het verlengde in dat spherisch middelpunt valt. Dan
immers moot juist de schijnbare beweging der sterren on
der zon op de wijze plaats hebben als beschreven is.
5. Ook de afwisseling van dag en nacht wordt door de
omwenteling der aarde 't eenvoudigst verklaard. Alsdan
nl. keert de draaiende aarde telkens andere deolen naar
de zon, die haar verlicht. Eerst na een geheele omwen-
teling is het voor hetzelfde punt der aarde wederom
middag.
§ 3. Cirkels oi» aarde. De punten, waar de as, waarom de
aarde draait, het oppervlak treft, noemt men do p o 1 e n der
aarde. De groote cirkel van den aardbol, wiens vlak loodrecht
is op de as, draagt den naam van equator der aarde ; de
kleine cirkels die daaraan evenwijdig zijn, heeten parellel-