Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
127
men zien in een paar prachtige afbeeldingen, voorkomende
in het tweede deel van Kaiser's sterrenhemel.
§ 42. Samenstelling der meteoren. Bij het bespreken van
de beweging der leden van ons zonnestelsel hebben wij ver-
meld, dat men recht heeft om te onderstellen, dat de ko-
meten en de meteoren van buiten het zonnestelsel daar
binnen zijn gedrongen.
Is deze onderstelling juist, dan hebben wij in de vallende
sterren en bolieden stoffen 1 e zien, van denzelfden aard als
de vaste sterren, en komt een chemisch onderzoek van du
op aarde verzamelde meteoren ons in een dubbel belangrijk
licht voor.
Dat onderzoek breidt dan de kennis uit, die de spectroscoop
omtrent het physisch karakter der sterren heeft verspreid.
Uit het voorkomen van het spectrum heeft men opgemaakt
dat de sterren uit gloeiende vaste of vloeibare stoflen be-
staan, omgeven door een gasvormige atmospheer. Welke
stoffen zijn dat nu? De spectroscoop geeft aan: IJzer, Sodium,
Magnesium enz. en voor gassen Waterstof. Wat zegt nu
het chemisch en microscopisch onderzoek door Daubrée,
Sorby, Graham en anderen op afrolithen in 't werk
gesteld ?
Dat die lichamen voor een groot deel uit IJzer bestaan, ver-
der Nikkel, Kobalt en Koper bevatten en door hun structuur
bewijzen, dat zij aan ontzettende hooge temperatuur en druk-
king zijn blootgesteld geweest. Verder bleek, dat in het
meteoorijzer altijd een groote massa waterstof bevat was, veel
meer dan wij in staat zijn, kunstmatig daarin optesluiten.
Men ziet: er is vrij wel overeenstemming tusschen de
resultaten van de spectraal analyse der sterren en het
chemisch onderzoek der aërolithen.
Is , na het voorgaande, de hypothese te stout, dat die
aOrolithen deelen zijn van een of andere ster, die deze met
zoodanige snelheid heeft opgeworpen, dat zij buiten haar
domein geslingerd zijn tot in dat der zon, waar zich, bij
de snelheid die zij reeds hadden, nog diegene voegde welke
't natuurlijk gevolg van de aantrekking der zou is?
De buitengewone snelheid der aörolithen in hare ellips-
vormige loopbaan om de zon heeft het eerst de aandacht op
bare overeenkomst met de kometen gevestigd; ook hierdoor
wordt genoemde hypothese eer bevestigd dan bezwaard.