Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
125
oog als een lichtwolk vertoont, noemt men een sterren-
hoop.
Er zijn daarenboven dergelijke lichtwolken, die men zelfs
met de machtige telescopen van Lord Rosse, Laskell
on anderen niet in afzonderlijke sterren kan ontbinden, die
zelfs dan nog hetzelfde wolkachtig voorkomen behouden;
deze noemt men nevelvlekken. Zoowel sterrenhoopen
als nevelvlekken vindt men in groote menigte aan den
hemel, zoodat Herschell alleen er meer dan 4000 op-
noemt. Somtijds vindt men een ster door zulk een licht-
nevel omgeven; men noemt deze dan een nevelster.
De melkweg is een opeenhooping van sterrenhoopen,
nevelvlekken enz. die zich voordoet als een kolossalen ring
of schijf, welks middelpunt ongeveer door ons zonnestelsel
wordt ingenomen. Hoe verder de sterren van dien ring
verwijderd zijn, hoe zeldzamer zij worden en, 90° er van
verwijderd, vindt men bijna geen enkele. De oudere Her-
schell heeft hieruit afgeleid dat het heelal zelf de vorm
van een langwerpige schijf had. Later heeft men liever
de meening gehuldigd, dat alle sterren, die wij waarnemen
in de nabijheid van den Melkweg , te zamen een groote
familie, een melkwegstelsel vormen, waarvan dan
ons zonnestelsel, met al wat er in is, een nietig deel
uitmaakt. Dieper in 't heelal, in oorden van waar zelfs het
licht ons slechts bij uitzondering bereikt, kunnen dan we-
der andere van die sterrenstelsels gelegen zijn.
Aldus is men meer in overeenstemming met onze voor-
stolling van 't onmetelijke van 't heelal.
Wanneer men nagaat dat verscheidene lichtwolken, die
tot nog toe voor nevelvlekken werden gehouden, door den
grooten telescoop van Rosse in sterren zijn ontbonden,
dus tot de afdeeling sterrenhoopen zijn gebracht, dan
rijst het vermoeden op , of niet alle nevelvlekken eigen-
lijk vereenigingen van sterren zijn. Hoe meer toch do
instrumenten vergroot en verbeterd zijn, hoe minder eigen-
lijk onoplosbare nevelvlekken overblijven. I
De spectroscoop heeft echter in eens uitgemaakt, dat er
ten minste eenige van die nevelvlekken zijn, die een geheel
andere natuur bezitten. Terwijl nl. sterren altijd een vol-
ledig spectrum met donkere streepen opleveren, geven de
nevelvlekken, door Huggins en anderen 'waargenomen.